Prijspeil receptgeneesmiddelen blijft dalen

0
600

Het prijspeil van receptgeneesmiddelen daalde het afgelopen jaar met ruim 4%. Twee derde daarvan komt voor rekening van de Wet Geneesmiddelenprijzen (WGP). Voor het restant is het preferentiebeleid van zorgverzekeraars verantwoordelijk. Beide prijsinstrumenten blijven ook hun invloed uitoefenen na de introductie van de vrije prijzen in 2012.

Prijsontwikkeling receptgeneesmiddelen per inkoopkanaal (januari 2007 = 100). Bij specialités en parallel geïmporteerde geneesmiddelen wordt de prijsontwikkeling vooral geleid door de prijzenwet.

Al sinds de introductie in juni 1996 is de Wet Geneesmiddelenprijzen (WGP) het belangrijkste instrument van de overheid om invloed uit te oefenen op de geneesmiddelenprijzen. Via de WGP bepaalt de overheid dat leveranciers de prijs van receptgeneesmiddelen niet boven het gemiddelde prijsniveau van de landen België, Duitsland, Frankrijk en Groot–Brittannië, mogen vaststellen. De overheid stelt tweemaal per jaar, in maart en oktober, de maximumprijzen vast.

Oktoberprijzen
De meest recente vaststelling van de maximumprijzen leidde in oktober tot een daling van het prijspeil van receptgeneesmiddelen met 2,0% in vergelijking met september 2011. De SFK bepaalt de ontwikkeling van het prijspeil door maandelijks de kosten van de door openbaar apothekers verstrekte geneesmiddelen te vergelijken met de kosten van dezelfde hoeveelheid van dezelfde geneesmiddelen tegen de prijzen van de volgende maand. Wijzigingen in aantal en aard van de verstrekte geneesmiddelen hebben daardoor geen invloed op het prijspeil.

Binnen de onderscheiden inkoopkanalen was in oktober de daling van het prijspeil bij generieke geneesmiddelen met 6,3% het sterkst. Dit effect is voor verreweg het grootste deel toe te schrijven aan de maagzuurremmer esomeprasol. De capsules van 20mg en 40mg vallen pas sinds 1 oktober onder de WGP. Ten gevolge hiervan moesten de leveranciers de prijzen van de generieke varianten met gemiddeld 63% naar beneden bijstellen.

Binnen de groep specialités daalde het prijspeil door de WGP met 1,3%. Hieraan droegen in volgorde van belang vooral tiotropium (Spiriva), mycofenolzuur (Myfortic), anastrozol (Arimidex), efavirenz/emtricitabine/tenofovir (Atripla) en tacrolimus (Advagraf/Prograft) bij. Het prijspeil van parallel geïmporteerde geneesmiddelen daalde met 1,8%.

Vrije prijzen
Met inbegrip van bovengenoemde daling is het prijspeil van receptgeneesmiddelen in vergelijking met oktober 2010 met 4,1% afgenomen. Hiervan komt een derde deel, zo’n 1,4%, op het conto van het preferentiebeleid en tweede derde is het gevolg van de effecten van de WGP. Dit is in lijn met de ontwikkelingen van de afgelopen jaren, toen het prijspeil als gevolg van de WGP jaarlijks met zo’n 3% daalde.

Op dit moment geldt voor 61% van de omzet aan receptgeneesmiddelen in de openbare apotheek dat de prijs begrensd is door de WGP. Het verschil tussen de inkoopprijs en de maximumprijs is in deze gevallen minder dan een procent. Voor 18% van de omzet liggen de prijzen minder dan een procent onder de limieten in het Geneesmiddelenvergoedingssysteem (GVS). Leveranciers mogen wel een hogere prijs dan de GVS–limiet vragen, maar in dat geval moet de patiënt bijbetalen. Voor 13% van de omzet is er geen prijsdruk door de WGP en het GVS. Dit geldt vooral voor de generieke geneesmiddelen waarvan de prijzen door het preferentiebeleid van zorgverzekeraars tot ver onder deze niveaus liggen. Tot deze 13% rekenen wij ook de geneesmiddelen die de fabrikant boven de GVS–limiet heeft geprijsd. Op slechts 8% van de geneesmiddelenomzet hebben WGP en GVS geen invloed omdat voor die geneesmiddelen (nog) geen maximumprijs en/of GVS–limiet bestaat. Het prijspeil van dit deel van het assortiment nam in oktober met 0,2% af. WGP en preferentiebeleid zullen evenals het GVS ook in 2012 na de invoering van de vrije prijzensystematiek in de farmacie hun invloed blijven uitoefenen, waarmee de prijzenvrijheid na 1 januari dus maar betrekkelijk is.