De positie van burgemeester bij calamiteiten

Nederland wordt met enige regelmaat geconfronteerd met ernstige gebeurtenissen waarbij dodelijke slachtoffers vallen en grote materiële schade wordt aangericht. De vuurwerkramp in Enschede (2000) en de cafébrand in Volendam (jaarwisseling 2000/ 2001) leven in de herinnering voort.

Leiderschap en communicatie tijdens een calamiteit zijn belangrijke factoren voor het vertrek of aanblijven van een burgemeester. Dit stelt Aart Resoort in zijn proefschrift ‘De positie van burgemeesters bij calamiteiten’. Hierin onderzocht hij welke gevolgen deze en andere calamiteiten hadden voor de positie van de verantwoordelijke burgemeester.

Gedwongen vertrek niet altijd het gevolg van een calamiteit
Een burgemeester is wettelijk verantwoordelijk voor de openbare orde, en – deels – voor de veiligheid in zijn gemeente. Men zou dus verwachten dat van alle burgemeesters die gedwongen aftreden, er velen zijn die dat doen als gevolg van een calamiteit. Dat blijkt niet zo te zijn. Slechts zes burgemeesters traden af als gevolg van een calamiteit (in de periode 1993 – 2011), terwijl er in de periode 2000 – 2011 totaal 73 burgemeesters gedwongen aftraden. Slecht een kleine minderheid van de gedwongen afgetreden burgemeesters deed dat als gevolg van een calamiteit.

De meeste burgemeesters handelen tijdens een calamiteit adequaat. Voorts is de verantwoordelijkheid doorgaans gespreid; er zijn dan meerdere actoren in beeld dan alleen de burgemeester.

Leiderschap en communicatie bepalend
In zijn onderzoek heeft Resoort gekeken naar totaal 18 calamiteiten, waarvan de helft op het gebied van openbare orde en de helft op het gebied van veiligheid. Hij ging na welke factoren het succes of het falen van een burgemeester tijdens een calamiteit bepalen.

Uit zijn onderzoek blijkt dat leiderschap een belangrijke factor is. Leiderschap kent verschillende rollen: de beslisser, de strateeg, de collegiale bestuurder en de burgervader. Dat alles vooral ook onder grote onzekerheid (zoals in de beginfase met onvolledige informatie over het gebeurde!), grote tijdsdruk en als gevolg van dat alles grote psychische druk. Niet iedere burgemeester is voldoende stressbestendig!

Daarnaast blijkt ook communicatieve vaardigheid van groot belang te zijn, met de juiste toonzetting voor ieder doelgroep: de slachtoffers en hun verwanten, de bevolking en de pers. Bovendien moet een burgemeester tegenwoordig ook met sociale media kunnen omgaan; denk aan de Facebook-rellen in Haren.

Negatieve publiciteit weegt zwaarder
Resoort vond zeven verklarende factoren. Daarvan springt de ‘negative bias’ er enigszins uit. Als later blijkt dat een burgemeester zich niet heeft ingezet om de calamiteit te voorkomen werkt dat in zijn nadeel. Men zou nu verwachten dat als hij zich wél heeft ingezet, dat in zijn voordeel werkt. Dat blijkt niet zo te zijn. Mensen herinneren zich van personen die in de publiciteit komen vooral de negatieve zaken, terwijl de positieve zaken worden vergeten.

Zeker twee burgemeesters uit het onderzoek, die van Volendam na de cafébrand en die van Moerdijk na de brand bij Chemie Pack (2011) beriepen zich op hun inzet voor het bevorderen van de brandveiligheid en brandpreventie, maar dat kon hun gedwongen aftreden niet voorkomen.

Over Aart Resoort
Aart Resoort (1947) studeerde politieke wetenschappen aan de Universiteit van Amsterdam. Van 1982 tot 2006 was hij in diverse functies verbonden aan de Open Universiteit. Hij was twaalf jaar lid van Provinciale Staten van Limburg. Op dit moment is hij lid van het algemeen bestuur van het Waterschap Roer en Overmaas op een van de zetels voor natuurterreinbeherende organisaties. Hij was mede-auteur van het boek ‘Onder burgemeesters‘.

Promotie
Op vrijdag 20 februari 2015 is Aart Resoort gepromoveerd aan de Open Universiteit op zijn proefschrift ‘De positie van burgemeesters bij calamiteiten’.

Plaats een reactie