Polderen op z’n Zwitsers?

0
951

De noodzaak om samen te werken tegen het water vraagt om polderen. Nederland heeft daarom het patent op het poldermodel, althans dat zeggen we graag in tijden dat het goed gaat. Als daarentegen de druk gevoeld wordt om iets te veranderen, wordt polderen al gauw geassocieerd met modderen: eindeloos blijven zoeken naar consensus kan verlammend werken.

Volgens bestuurskundige Frank Hendriks verliest het overlegmodel in onze tijd snel aan populariteit. In het verleden waren er al critici die vonden dat we maar eens moesten kijken naar het bedrijfsleven, naar de no nonsense aanpak die CEO’s laten zien. De kritiek heeft nu een wat ander karakter: het overlegmodel wordt nu volgens Hendriks verdrongen door wat hij noemt de ‘stemmingendemocratie’. Stemmingen moeten de doorslag geven, vinden we tegenwoordig – in twee betekenissen! Stemmingen in de betekenis van emoties zijn vaak leidend bij het bepalen van standpunten. Vooral niet te lang praten en compromissen zoeken. En in de andere betekenis: democratisch is dat de meeste stemmen gelden.

In NRC van 4 januari j.l. betoogt Frank Hendriks dat deze ‘democratie van de publieke emotie’ een slecht alternatief is voor het overlegmodel. De koers laten bepalen door het onberedeneerde gevoel van mensen kan tot kortzichtige conclusies leiden. We laten ons dan gemakkelijk leiden door de waan van de dag, door de druk van de hypes. Interessant is dat Hendriks het niet laat bij deze observaties. Het heeft volgens hem geen zin te proberen de geest van de stemmingendemocratie weer terug in de fles te krijgen. Trouwens, democratie is toch per definitie gehoor geven aan de stem van de burgers? Directe democratie is waardevol door de directe betrokkenheid van mensen. Draagvlak voor beleid of ook voor personen is gebaat bij betrokkenheid vanuit het hart. Maar deze emotionele betrokkenheid, gekoppeld aan het tellen van meerderheden, vraagt volgens Hendriks wel om een tegenhanger. Overleg is wel nodig. En het is goed om belangen en visies inhoudelijk met elkaar te confronteren en te zoeken naar uitkomsten die voor zoveel mogelijk mensen acceptabel zijn.

Hendriks beschrijft in zijn recente boek Democratie onder druk – over de uitdaging van de stemmingendemocratie twee voorbeelden van ver doorgevoerde directie democratie, in Los Angeles en in Zwitserland. In Los Angeles hebben burgers “relatief veel mogelijkheden om tegenwicht te geven aan het bestuur: burgerinitiatieven, referenda, procedures voor beroep, bezwaar en recall” (p. 195). In vergelijking met bij voorbeeld Nederland kent Los Angeles minder ‘integratieve instituties’, dat wil zeggen instanties die centrale normen opleggen waarbinnen de samenleving zich moet ontwikkelen. Hendriks noemt als voorbeeld planningsconcepten voor stedenbouw en ruimtelijke ordening. In Californië wordt dit type centrale planning gewantrouwd en moet de markt van vraag en aanbod zorgen voor de verbinding en afweging van verschillende belangen. Vooral in de wijken, maar ook op het niveau van de stad, zijn het vaak van onderop ontstane initiatieven die de koers bepalen. Los Angeles is een vitale democratie. Toch is het een zwakte dat de mogelijkheden om ideeën integraal te beoordelen en af te wegen beperkt zijn.

In Zwitserland bestaat een sterke traditie van referenda, van directie raadplegingen van de burgers. Daarin ligt een zekere overeenkomst met Californië. Hendriks vertelt dat een nu tachtigjarige inwoner van Zürich in zijn leven naar schatting zo’n 1800 keer heeft mogen stemmen “in referenda en volksinitiatieven op lokaal, kantonaal en federaal niveau” (p. 213). Maar deze directe democratie is gecombineerd met wat Proporzdemokratie wordt genoemd: de zekerheid dat in de federale regering de vier grootste politieke partijen in een grote coalitie in een vastgelegde machtsverhouding gaan samenwerken. Een sterk ontwikkelde stemmingendemocratie wordt zo gekoppeld aan de verplichting om vanuit de verschillende politieke visies te onderhandelen. Directe betrokkenheid van de mensen vergroot de betrokkenheid, terwijl de afweging vanuit de gekozen politieke fracties tegelijkertijd een breed draagvlak bevordert.

Nu is het niet zo dat Hendriks simpelweg Zwitserland aan Nederland ten voorbeeld stelt. Na de Franse overheersing is Zwitserland teruggekeerd naar het vertrouwde confederale stelsel, terwijl Nederland een eenheidsstaat werd. Maar de vergelijking geeft te denken. Het is blijkbaar niet vanzelfsprekend dat vormen van directe democratie onverenigbaar zijn met een overlegmodel.

Frank Hendriks komt op 1 februari naar Den Haag om tijdens Democratie in Debat met ‘stemmingenpeiler’ Maurice de Hondt zijn visie toe te lichten. Om 15 uur in de openbare bibliotheek naast het stadhuis aan het Spui.

Kars Veling

Kars Veling
Dr. K. (Kars) Veling is directeur van ProDemos, Huis voor democratie en rechtsstaat. Veling was voorheen algemeen directeur van de Johan de Witt Scholengroep in Den Haag. Daarvoor was hij lijsttrekker en lid van de Tweede Kamer voor de ChristenUnie. Van 1991 tot 2002 was Veling lid van de Eerste Kamer, eerst voor het GPV, later voor de ChristenUnie.

Veling is nauw betrokken geweest bij de oprichting van ProDemos – Huis voor democratie en rechtsstaat door zijn lidmaatschap (2005-2010) van de Raad van Toezicht van ProDemos (destijds het Instituut voor Publiek en Politiek IPP) en sinds 2010 van de Raad van Toezicht.