Plastische chirurgie is zowel letterlijk als figuurlijk ‘zuurvlees’

0
1787

Het vak van plastisch chirurgen wordt bedreigd door een aantal ontwikkelingen. Dat betoogt prof. dr. René van der Hulst in zijn oratie ‘Zuurvlees’. Volgens Van der Hulst, die zijn inaugurele rede uitspreekt op donderdag 1 oktober, is de combinatie van zoet en zuur kenmerkend voor de plastische chirurgie. Het zuur (de bedreigingen) zijn toenemende marktwerking, verkeerd imago onder andere veroorzaakt door collega-artsen die zich cosmetisch arts of esthetisch arts noemen, en de rol van de verzekeraar. Daar tegenover staat het zoet: communicatie, creativiteit, wetenschap, opleiding, kwaliteit en samenwerking. De opvallende titel van deze oratie is zowel letterlijk als figuurlijk van toepassing. In de plastische chirurgie wordt gewerkt met weefselverplaatsing om defecten, bijvoorbeeld ontstaan na het verwijderen van een kankergezwel, dicht te maken. Weefsel wordt elders tot op de kleine bloedvaten vrijgelegd, doorgenomen en op de plek waar het moet komen weer aan elkaar gehecht. Omdat er bij dit proces tijdelijk geen bloeddoorstroming in het weefsel is, verzuurt dit weefsel. De plastisch chirurg werkt dus veel met zuur vlees.

Naast deze letterlijke betekenis wordt de metafoor zuurvlees in de voordracht gebruikt om plastische chirurgie als vakgebied te belichten. De combinatie van zoet en zuur is kenmerkend voor de plastische chirurgie. Dit begint bij de geschiedenis van de plastische chirurgie omdat het vak in ‘zure’ oorlogstijd geboren is. Inmiddels worden door de marktwerking behandelingen die geld opleveren steeds meer in zelfstandige klinieken uitgevoerd. Het geld wordt daar makkelijk verdiend. Daardoor komen steeds minder inkomsten in de academische ziekenhuizen binnen en wordt het lastiger complexe ingrepen te blijven doen omdat er geen geld meer voor is. Het is nu al zo dat het steeds moeilijker is om plastisch chirurgen te behouden in academische ziekenhuizen.

Daar komt bij dat het imago van de plastisch chirurg niet past bij de realiteit. Als men kijkt naar het werk van alle plastisch chirurgen in Nederland samen, besteden zij slechts 14% van hun tijd aan esthetische ingrepen. De overige tijd wordt besteed aan hand- en reconstructieve chirurgie. Van der Hulst: “Het is triest dat een groot deel van het imago door niet plastisch chirurgen wordt veroorzaakt. Cosmetische ingrepen worden vaak uitgevoerd door basisartsen die zich cosmetisch of esthetisch arts noemen en niet de opleiding hebben gehad die nodig is voor een gedegen cosmetische behandeling. Dit is bijvoorbeeld het geval in de recent gesloten klinieken in Weert/Breda en Den Haag. Het geldelijk gewin is een belangrijke drijfveer voor deze mensen en leidt er toe dat met niet bewezen therapieën geadverteerd en behandeld wordt.” Het Nip and Tuck imago van de plastisch chirurg heeft ernstige gevolgen. Verzekeraars vergoeden bepaalde ingrepen niet meer, en de overheid draait het aantal opleidingsplekken terug. Het gevolg is dat er straks geen plastisch chirurgen meer zijn die bepaalde ingrepen, zoals borstreconstructie na kanker, kunnen doen.

Daarom dienen plastisch chirurgen zich te richten op de zoete componenten, zoals de communicatie met media, verzekeraars en beleidsmakers, waarbij uitgelegd wordt wat een plastisch chirurg doet. De kracht van plastisch chirurgen van origine creatief te zijn en zich te richten op zaken die anderen niet kunnen behandelen of oplossen is een tweede zoet. Hierin zal de toekomst liggen, want met diezelfde creativiteit kunnen zij de bedreigingen het hoofd bieden. Wetenschappelijk onderzoek hoort hier bij. Verder is het belangrijk de nieuwe plastisch chirurgen goed op te leiden en de kwaliteit te bewaken. Tenslotte is samenwerking binnen het eigen team, met andere specialisten en andere ziekenhuizen uitermate belangrijk.