Overschot aan personeel vaker in dienst gehouden tijdens de crisis

Tijdens de recente economische crisis is er meer op dat moment overtollig personeel vastgehouden dan in de vorige recessie. Dat heeft de groei van de werkloosheid beperkt. 39% van de werkgevers met een overschot aan personeel wilde goed personeel dat zij later hard nodig denken te hebben behouden.

Toch kromp het totale aantal banen flink, met zo’n 180.000, en de krimp ging sneller dan bij de vorige recessie. Meer werkgevers dan voorheen maakten gebruik van individueel ontslag om bedrijfseconomische redenen: 16% in 2009 tegen 7% in 2003. Met die ontslagvorm is een snelle inkrimping gemakkelijker te realiseren.

Het aantal banen begon sneller weer te groeien dan bij de vorige recessie. De groei zit echter voor een groot deel in de flexibele banen, die eenvoudiger te beëindigen zijn.

Dit zijn enkele conclusies uit de SCP-publicatie Werkgevers over de crisis, die op donderdag 28 april jl. is verschenen. In deze studie gaat onderzoeker dr. Edith Josten na of de personele maatregelen van werkgevers zijn veranderd ten opzichte van de vorige recessie. Er is gebruik gemaakt van de nieuwste editie van het werkgeverspanel van het SCP, aangevuld met statistische gegevens uit andere bronnen.

Werkgevers hielden meer overtollig personeel aan
Eén van de meevallers aan de recente crisis was dat de werkloosheid maar beperkt steeg. Terwijl de economische krimp veel groter was dan in de vorige recessie (2001-2003), nam de werkloosheid juist minder toe. Een belangrijke oorzaak daarvan is dat werkgevers meer op dat moment overtollig personeel in dienst hebben gehouden dan tijdens de vorige recessie. Dat is goed te zien aan de arbeidsproductiviteit per gewerkt uur: die daalde in 2009. Normaliter stijgt de arbeidsproductiviteit juist ieder jaar. Ook tijdens de vorige recessie ging de stijging door. Dat wijst erop dat het overschot aan personeel toen kleiner was.

Van de werkgevers die in 2010 een overschot aan personeel hadden, geeft 39% aan dat zij goede krachten die ze later hard nodig denken te hebben wilden behouden. Verder worden ook vaak praktische redenen genoemd: de kosten van ontslag, de verwachting dat de hoeveelheid werk spoedig weer zal groeien, en de verwachting dat het overschot door natuurlijk verloop vanzelf zal verdwijnen (35% voor deze drie motieven gezamenlijk).

Het in dienst houden van overtollige werknemers is bevorderd door de deeltijd- WW en haar voorloper, de bijzondere regeling voor werktijdverkorting. Het overgrote deel van de werkgevers met een overschot aan personeel (84%) deed echter geen beroep op deze regelingen.

Toch was er een forse banenkrimp …
Tussen eind 2008 en begin 2010 verdwenen er zo’n 180 duizend banen van werknemers. Dat is 2% van het totale aantal banen van werknemers.
De krimp van het aantal arbeidsplaatsen startte eerder dan in de vorige recessie: zo’n driekwart jaar na de eerste haperingen in de economie, tegen toen na 1,5 jaar. Waarschijnlijk komt dat doordat de omzet van bedrijven ditmaal veel sneller en veel forser was gedaald. Zouden werkgevers minder geneigd zijn geweest om goed personeel aan te houden, dan zou de banenkrimp zeker nog groter zijn geweest.

… waarbij meer werkgevers dan voorheen individueel ontslag toepasten
Daarbij maakten meer werkgevers dan voorheen gebruik van individueel ontslag om bedrijfseconomische redenen: 16% in 2009 tegen slechts 7% in 2003. Met deze ontslagvorm is een snelle inkrimping vaak gemakkelijker te realiseren dan met collectief ontslag. Verder steeg ook het aantal werkgevers dat tijdelijke contracten niet verlengde en de contractuele arbeidsduur inkortte.

Werkgevers kunnen individueel ontslag gemakkelijker toepassen doordat de regels zijn veranderd. Anders dan vroeger houdt de ex-werknemer recht op WW als er een beëindigingsovereenkomst is afgesloten met de werkgever, zonder procedure bij UWV Werkbedrijf of kantonrechter. Ook de wijziging begin 2009 van de ‘kantonrechtersformule’, waarmee de hoogte van ontslagvergoedingen wordt vastgesteld, heeft individueel ontslag aantrekkelijker gemaakt voor werkgevers. Ontslagvergoedingen vallen nu meestal lager uit dan in het verleden.

Maar inmiddels groeit de werkgelegenheid weer licht
Inmiddels heeft de eerste, lichte groei van het aantal arbeidsplaatsen ingezet. Dat is twee jaar na de eerste haperingen in de economie. De groei zette sneller in dan bij de vorige recessie, want toen startte zij pas na 3,5 jaar. Dit vergroot de kansen van werklozen op het vinden van een baan. Wel zit veel van de groei in de flexibele banen (uitzendwerk, oproepwerk, tijdelijke contracten van minder dan 1 jaar). Die zijn eenvoudiger te beëindigen en bieden werknemers dus minder zekerheid op behoud van hun baan.

SCP-publicatie 2011-14, Werkgevers over de crisis, Edith Josten, Den Haag, Sociaal en Cultureel Planbureau, april 2011, ISBN 978 90 377 0543 0, prijs € 14,90.

De publicatie is verkrijgbaar bij de (internet)boekhandel of te bestellen via de website: www.scp.nl.

Plaats een reactie