Orgaanvervetting en andere vetkwesties op ISSFAL congres

0
763

Vetten en vetzuren staan de laatste jaren steeds meer in de belangstelling. Hun rol bij gezondheid en ziekte is namelijk veel groter dan gedacht. Zo werd vroeger bij diabetes vooral gekeken naar de glucosehuishouding, terwijl inmiddels duidelijk is dat juist vetstapeling in organen mede bepalend is voor het ontstaan en ziekteverloop van deze en veel meer chronische aandoeningen. Vanaf as. zaterdag spreken zo’n vijfhonderd internationale wetenschappers vijf dagen lang over de gezondheidsaspecten van vetzuren en lipiden op het ISSFAL congres. De drie hoofdthema’s van de conferentie zijn vetten & gezondheid, biochemie van vetten en vetten & voeding.

Het is inmiddels de negende editie van het tweejaarlijkse congres van de International Society for the Study of Fatty Acids and Lipids (ISSFAL). De organisatie is dit jaar in handen van de Universiteit Maastricht, onder leiding van prof. Jan Glatz, hoogleraar Metabole aspecten van hart- en vaatziekten. Ook dit jaar verwelkomt de ISSFAL enkele onderzoekers die tot de wereldtop van het voedingsonderzoek behoren, waaronder Gerald Reaven van Stanford University (VS) en Norman Salem van de National Institutes of Health (VS). Het programma omvat naast plenaire sessies en (poster)presentaties ook een dinner debate op maandag 31 mei, onder de titel ‘Healthy fats for healthy hearts’.

Op het congres worden vele belangwekkende resultaten van recent wetenschappelijk onderzoek gepresenteerd. Zo toonde de Maastrichtse onderzoekster Vera Schrauwen-Hinderling met haar collega’s uit Maastricht, Leiden en de VS (Johns Hopkins Institute) aan dat na lichamelijke activiteit het vetgehalte in hartspiercellen afneemt en de hartfunctie verbetert. Zij baseert haar conclusies op een experiment met veertien mannelijke proefpersonen met overgewicht, die een bewegingsprogramma van twaalf weken volgden. Dit effect is van belang omdat veelvoorkomende aandoeningen zoals hoge bloeddruk, suikerziekte, verhoogd cholesterol en overgewicht (onder de verzamelnaam metabool syndroom) worden veroorzaakt door vervetting van organen. De orgaanfunctie wordt daardoor ernstig aangetast. Het onderzoek naar de stofwisseling van het hart is van belang, er sterft bijvoorbeeld tachtig procent van de diabetespatiënten uiteindelijk aan hart- en vaatziekten.

Verder presenteert Olga Schiepers de resultaten van haar onderzoek naar de relatie tussen visconsumptie en depressie. Vis staat bekend om het hoge gehalte aan meervoudig onverzadigde vetzuren (LCPUFA). Voor deze studie werd gebruik gemaakt van de gegevens van 233 deelnemers aan de Maastricht Aging Study. De verwachte relatie tussen mentale gezondheid en LCPUFA-bloedwaarden kon niet worden aangetoond, maar er was wel een positieve correlatie tussen visconsumptie (ongeacht LCPUFA gehalte) en fysiek welbevinden.