Opkomst nieuwe anticoagulantia niet te stollen

0
907

In de eerste helft van 2012 telde de SFK bijna 370.000 gebruikers van vitamine K-antagonisten (‘cumarines’). Artsen schrijven nieuwe orale anticoagulantia, die de bezwaren die kleven aan het gebruik van vitamine K-antagonisten mogelijk kunnen inperken, nog in beperkte mate voor. Het gebruik ervan neemt echter sterk toe.

Figuur 1: Maandelijkse ontwikkeling van het aantal verstrekte DDD’s aan bij verzekeraars gedeclareerde NOAC’s (jan. 2009 – sep. 2012)

Trombose ontstaat wanneer bloed in de bloedvaten stolt. Trombose kan ontstaan door onregelmatigheden in de wanden van de bloedvaten, een lage stroomsnelheid van het bloed of een veranderende samenstelling van het bloed. Zonder profylaxe tegen trombose kan een ader verstopt raken of de bloedprop kan doorschieten naar hart, hersenen of longen. Vitamine K-antagonisten (VKA’s) verlengen de bloedstollingstijd door de synthese van een aantal stollingsfactoren te blokkeren. Hierdoor verlagen VKA’s het risico op het ontstaan van trombose. VKA’s zijn zeer effectief in het voorkomen van trombose en embolie, al is goede instelling en geregelde controle noodzakelijk. Bij een te hoge dosering kunnen bloedingen ontstaan, en bij een te lage dosering kan het voorkomen dat patiënten alsnog stolsels in het bloed krijgen. De meeste patiënten gebruiken VKA’s chronisch, om een embolie te voorkomen die een beroerte kan veroorzaken.

Nieuwe middelen
Sinds 2009 schrijven artsen nieuwe middelen voor ter voorkoming van trombose. Dabigatran (Pradaxa), rivaroxaban (Xarelto) en apixaban (Eliquis) zijn zogeheten Nieuwe Orale Anti Coagulantia (NOAC’s) die onder andere als voordeel hebben dat men niet meer naar de trombosedienst hoeft voor controle van de stollingswaarden. Hiertegenover staan ook nadelen, zoals het extra belang van therapietrouw vanwege de korte halfwaardetijd of het ontbreken van een (specifiek) antidotum dat voor stolling zorgt wanneer dat wel gewenst is. Ook zijn de kosten van NOAC’s vele malen hoger dan de kosten van de VKA’s.

Verstrekkingen
In de eerste helft van dit jaar verstrekten openbare apotheken 780.000 keer een VKA aan bijna 370.000 gebruikers. In diezelfde periode telde de SFK ongeveer 7.000 gebruikers van bij verzekeraars gedeclareerde NOAC’s, waarbij apixaban tot op dat moment nog geen gebruikers kende. Het bijbehorende aantal verstrekkingen bedroeg ongeveer 10.000. Dat aantal is vergelijkbaar met het aantal verstrekkingen in geheel 2011. Deze stijging van het gebruik van NOAC’s brengt hoge kosten met zich mee in vergelijking met VKA’s. Waar één standaarddagdosering (DDD) van een VKA ongeveer € 0,07 kost, komen de kosten voor één NOAC-DDD op gemiddeld € 2,55 uit. Ter illustratie: wanneer de indicatie voor het gebruik van NOAC’s verder uitgebreid zal worden, zou dit volgens het CVZ kunnen leiden tot een kostenstijging tussen de € 78 en € 156 miljoen in 2014.

Terugbetaling
Zorgverzekeraars vergoeden het gebruik van NOAC’s op dit moment alleen wanneer een arts ze voorschrijft ter voorkoming van trombose na een knie- of heupvervangende operatie. De gebruiksduur van NOAC’s is in dat geval volgens het doseringsvoorschrift beperkt tot 10 dagen na een heupvervangende operatie en 28-35 dagen na een heupvervangende operatie. De fabrikant van dabigatran biedt apothekers en patiënten de mogelijkheid om de kosten via een terugbetalingsregeling vergoed te krijgen, in gevallen dat een verzekeraar de kosten niet vergoed. Dat is het geval bij het gebruik ter preventie van een beroerte bij boezemfibrilleren, waarvoor beide NOAC’s al een Europese registratie hebben verkregen.