Introductie operatierobots in ziekenhuizen onvoldoende zorgvuldig

0
469

Bij de aanschaf en het in gebruik nemen van operatierobots hebben zowel academische als gewone ziekenhuizen onvoldoende zorgvuldig gehandeld. Relevante technici en deskundigen op het gebied van reiniging, desinfectie en sterilisatie werden niet of onvoldoende tijdig bij de aanschaf betrokken. Hierdoor is in de periode na aanschaf in geen van de onderzochte ziekenhuizen onder optimale condities gewerkt. Dit blijkt uit onderzoek van de Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ) in 2009 onder acht ziekenhuizen.

Robotchirurgie is een innovatieve techniek. De ziekenhuizen lopen hiermee voorop, maar vergeten daardoor te gemakkelijk om zorgvuldigheids- en veiligheideisen toe te passen. Directe aanleiding voor het onderzoek waren signalen uit enkele ziekenhuizen dat robotchirurgie niet zorgvuldig was geïntroduceerd. Robotchirurgie is een vorm van minimale invasieve chirurgie waarbij de patiënt een minder groot litteken heeft en doorgaans sneller herstelt. Een goede reiniging en sterilisatie is van belang om complicaties na de operatie te voorkomen.

Door het niet tijdig betrekken van relevante technici en deskundigen bleken essentiële investeringen voor het reinigen, desinfecteren, steriliseren en controleren van het instrumentarium niet gelijktijdig met de aankoop van de robot te zijn gedaan. Het ontbrak de technici daarnaast aan voldoende technische informatie om goed onderhoud te kunnen uitvoeren. Geen van de onderzochte ziekenhuizen beschikte over een (volledig) programma van eisen voorafgaand aan de aanschaf van de operatierobot. Hierdoor was vooraf niet duidelijk wat nodig is om een operatierobot veilig en verantwoord te introduceren. De inspectie ziet een helder programma van eisen met daarin de tijdige inbreng van alle relevante deskundigheid als noodzakelijke voorwaarde voor verantwoorde zorg.

Ondersteunende professionals bleken niet tijdig te zijn getraind, infrastructurele voorzieningen waren niet op tijd gerealiseerd en het ontbrak aan een risicoanalyse rond de elektrische veiligheid in de operatiekamer. Hoewel de meeste ziekenhuizen wel informatie verzamelen over complicaties en het aantal verrichte operaties, ontbreekt het in veel gevallen nog aan een bruikbare methode om deze informatie te evalueren. Dit staat eventueel benodigde verbetertrajecten in de weg.

Naar aanleiding van het onderzoek stuurden alle onderzochte ziekenhuizen een plan van aanpak aan de inspectie en zijn verbetertrajecten opgestart. In de toekomst dienen Raden van Bestuur van ziekenhuizen zich bij de aanschaf van operatierobots te houden aan de geldende richtlijnen. Dit betekent onder meer dat zij een de aanschaf multidisciplinair moeten onderbouwen, uitgewerkt in een programma van eisen. Ook moeten processen van reiniging, desinfectie en sterilisatie permanent volgens meetbare criteria worden gecontroleerd.

Ook moeten er criteria te bestaan voor de vakbekwaamheid van operateurs en moet een registratie en evaluatie van complicaties plaatsvinden. Het gebruikersoverleg voor de minimaal invasieve chirurgie in de ziekenhuizen zal hierbij steeds betrokken moeten worden. De inspectie zal hier toezicht op houden en zo nodig handhavend optreden. In het uiterste geval kan dit betekenen dat de minimale invasieve ingrepen in een ziekenhuis tijdelijk worden opgeschort.

De inspectie beveelt betrokken veldpartijen daarnaast aan een systeem voor surveillance opzetten om de kwaliteit en patiëntveiligheid te verbeteren en te borgen.