Operatie na totale respons op chemo- en radiotherapie wellicht niet meer nodig

Endeldarmkankerpatiënten die goed reageren op chemotherapie en bestraling, hebben minder kans op uitzaaiingen en een betere prognose dan patiënten met een minder gunstige respons. Dat hebben wetenschappers van het Maastricht UMC+ vastgesteld.

De uitkomst van het onderzoek lijkt een open deur, maar is een belangrijke tussenstap op weg naar een meer op maat gesneden behandeling voor endeldarmkankerpatiënten. Dat vergt enige uitleg. Een deel van de patiënten met endeldarmkanker wordt behandeld met chemotherapie en bestraling. Sommige van die patiënten reageren daar zo goed op dat de tumor geheel verdwijnt, een zogenoemde “totale respons”.

Momenteel is het zo dat patiënten met zo’n totale respons op chemotherapie en bestraling toch altijd chirurgisch worden behandeld. De endeldarm en het omliggende vet en lymfeklieren worden dan verwijderd. Een ingrijpende operatie, waarna in ieder geval een tijdelijk stoma en voor sommige patiënten zelfs een permanent stoma nodig is. Bovendien kan de operatie gevolgen hebben voor de blaasfunctie, de functie van de sluitspier en seksuele functies, naast de complicaties die bij deze operatie kunnen optreden.

Onderzoekers uit Maastricht hebben aangetoond dat een totale respons op chemotherapie en bestraling gepaard gaat met een uitstekende prognose. Het onderzoek is verricht onder 3105 patiënten, die in verschillende klinieken waaronder Rome, Leuven en Padua zijn gerecruteerd. De onderzoekers van het Maastricht UMC+ hebben een bijzondere belangstelling voor deze groep patiënten omdat deze bevinding mogelijk vergaande consequenties heeft voor de klinische praktijk. Overwogen zou kunnen worden om minder ingrijpend te behandelen bij de groep “totale responders”.

In het Maastrichtse ziekenhuis is daarom inmiddels de tendens om niet per definitie te opereren na zo’n totale respons, hetgeen voor Nederland uniek is. Na de chemotherapie en bestraling wordt een tijdje gewoon afgewacht, om vervolgens op basis van frequente controles te beoordelen of een operatie nodig is. De onderzoekers verwachten dat bij maximaal 10 procent van de patiënten de tumor toch niet geheel verdwenen zal zijn en operatie alsnog nodig is. Om die conclusie te kunnen trekken is aanvullend onderzoek nodig. Het onderzoek wordt uitgevoerd door de afdeling chirurgie en radiologie in samenwerking met medisch oncologie en Maastro radiotherapie.

Arbeidsproces
Endeldarmkanker komt vaak voor. Van alle dikkedarmkankers is 20 procent endeldarmkanker. In het Maastricht UMC+ worden er jaarlijks ongeveer honderd gezien. Onderzoekster drs. Monique Maas van het Maastricht UMC+ denkt dat het in de toekomst mogelijk zal zijn een meer op maat gemaakte behandeling aan te bieden. “Het behandelplan zal op basis van MRI-beelden meer op de individuele patiënt worden toegesneden, waardoor de patiënten die geen zware operatie nodig hebben, deze ook niet zullen hoeven ondergaan, waardoor hen veel complicaties bespaard blijven. Voordeel voor de maatschappij is dat patiënten bijvoorbeeld veel eerder in het arbeidsproces kunnen terugkeren.”

Het onderzoek van drs. Monique Maas onder supervisie van de Maastrichtse chirurg dr. Geerard Beets en radioloog prof. dr. Regina Beets-Tan, is onlangs gepubliceerd in het gezaghebbende medisch-wetenschappelijke tijdschrift The Lancet Oncology.

Plaats een reactie