Op vakantie duurt terugweg korter dan heenweg

Net terug van vakantie? Grote kans dat je het gevoel had dat de terugreis per vliegtuig, auto of trein veel sneller ging dan de heenweg. Dit terwijl beide afstanden en reistijden als het goed is even lang zijn. Hoe kan dit? Voor het eerst is nu wetenschappelijk aangetoond waarom de terugweg korter lijkt dan de heenweg. Onze verwachting over de tijdsduur blijkt hierbij de bepalende factor. Het onderzoek is gefinancierd door NWO.

Dat de terugweg vaak als korter wordt beschouwd dan de heenweg, heeft te maken met de mate waarin de reizigers de heenreis als langer dan verwacht beoordelen. ‘Mensen onderschatten vaak hoe lang de heenweg duurt, waardoor die als lang wordt ervaren,’ vertelt Niels van de Ven van de Universiteit van Tilburg. ‘Het gevoel dat het lang duurde, wordt dan weer als verwachting gebruikt voor de terugweg, waarna die juist meevalt.’ Te optimistische inschattingen over de tijdsduur vooraf leiden dus tot de illusie dat de terugweg korter duurt.

Terugweg bijna kwart korter
Om tot deze conclusie te komen, hebben in totaal bijna 360 mensen aan het onderzoek deelgenomen. Zo werden bezoekers aan de Efteling en de huishoudbeurs ondervraagd, die hun heen- en terugreis via dezelfde route per bus aflegden. Ook zijn studenten ondervraagd die een fietsroute heen en terug reden. Tot slot kregen proefpersonen videobeelden te zien van heen- en terugroutes die per fiets werden afgelegd van eenzelfde afstand en tijdsduur. Driekwart van de respondenten gaf aan de terugweg korter te vinden duren dan de heenweg. Wanneer de tijdsduur schattingen met elkaar vergeleken werden, bleek de terugweg volgens de respondenten tot wel 22 procent sneller aan te voelen dan de heenweg.

Herkenning niet van belang
Een populaire verklaring voor het korter aanvoelen van de terugweg was tot nu toe dat dit komt omdat de terugweg bekender en dus voorspelbaarder is in vergelijking met de heenweg. De onderzoekers hebben echter in hun onderzoek aangetoond dat deze verklaring niet waarschijnlijk is. Ze stelden namelijk vast dat het ‘terugweg-effect’ ook op ging voor respondenten die een andere (onbekende, maar even lange) terugweg namen. Het herkennen van de route is dus niet nodig voor het ervaren van het effect.

Uiteindelijk hopen de onderzoekers niet alleen dit terugweg-effect te kunnen verklaren. Niels van de Ven: ‘Met dit onderzoek kunnen we ook nieuwe voorspellingen doen over hoe lang dingen aanvoelen. Zo voorspel ik dat bij het twee keer bekijken van dezelfde film de tweede keer korter lijkt te duren, terwijl de meeste mensen zouden voorspellen dat de tweede keer langer lijkt te duren omdat het saaier is.’

Rubicon
Het onderzoek kwam tot stand dankzij een Rubicon-subsidie van de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO). Met Rubicon kunnen pas gepromoveerde wetenschappers onderzoekervaring opdoen aan buitenlandse topinstituten. De resultaten van het onderzoek zijn deze week gepubliceerd in het Psychonomic Bulletin and Review. Het artikel is online te raadplegen.