Onvoldoende samenwerking in de Trombosezorg

0
549

De ketenzorg rond trombosepatiënten heeft onvoldoende structuur. Schakels in de keten functioneren veelal als losse onderdelen. Dit zorgt voor onnodige en daarmee vermijdbare risico’s op gezondheidsschade bij de patiënt. Dat blijkt uit een onderzoek van het RIVM en de Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ).

De inspectie adviseert de minister van VWS een multidisciplinaire stuurgroep in te stellen. Deze moet een sterke stimulans geven aan de diverse partners in de keten om vóór 1 oktober 2011 te komen tot een geformaliseerde samenwerking met daarbij heldere afspraken over rollen en verantwoordelijkheden.

Kritisch zorgproces
Het behandelen van patiënten met antistollingsmedicatie is een kritisch zorgproces. Van alle ziekenhuisopnames die worden veroorzaakt door medicijngebruik, heeft ruim een vijfde te maken met antistollingsmedicatie. Antistollingsmedicatie moet nauwkeurig gedoseerd zijn. Bij te lage dosering kunnen stolsels in het bloed ontstaan en bij te hoge dosering juist bloedingen. In het proces van voorschrijven van medicatie, doseren, monitoren en controleren, bijstellen en toedienen, is een hele keten van zorgverleners actief: behandelaars in het ziekenhuis, huisarts, medewerkers van de trombosedienst, medewerkers in het verpleeg- of verzorgingshuis, apotheker, tandarts en thuiszorg.

Onvoldoende samenwerking risico voor trombosepatiënt
De trombosepatiënt is gebaat bij een duidelijke en soepel georganiseerde zorgketen, waarbij de betrokken zorgverleners optimaal met elkaar communiceren en afstemmen. Het ontbreekt in deze keten echter aan structuur en samenwerking. De schakels in de keten functioneren veelal als losse eenheden. Het ontbreekt aan geformaliseerde samenwerking tussen de verschillende behandelaren, gebaseerd op overeenstemming over het zorgproces en de zorguitkomst. Ook de rollen en verantwoordelijkheden van de diverse ketenpartners zijn onduidelijk.

De uitwisseling van informatie, eenheid van behandelbeleid, registratie en analyse van complicaties, maar ook de bereikbaarheid van de trombosediensten voor patiënten en behandelaars is onvoldoende geborgd. Het gevolg van deze verbrokkelde en niet goed functionerende keten is dat trombosepatiënten onnodige en dus vermijdbare risico’s lopen.

Aanbevelingen
De trombosedienst heeft in de tromboseketen een spilfunctie, maar voor de kwaliteit van haar zorgverlening is zij afhankelijk van de andere schakels van de keten. De inspectie adviseert de ketenpartners daarom om hun verantwoordelijkheid te nemen en in elke regio te komen tot geformaliseerde samenwerking. Zij roept daarbij de trombosediensten expliciet op om hierin een regiefunctie te vervullen en zelf het initiatief te nemen om de knelpunten met de betrokken partijen op te lossen. En afspraken te maken over samenwerking, verantwoordelijkheden, regie en kwaliteitscriteria. Ook dienen de trombosedienst en de huisarts, specialist of verpleeghuisarts af te spreken wie de rol van ‘casemanager’ voor de individuele patiënt op zich neemt.

Omdat de noodzakelijke structurering tot op heden niet vanzelf tot stand is gekomen, adviseert de inspectie bovendien aan de minster van VWS een multidisciplinaire stuurgroep in te stellen. Deze moet de betrokken partijen een sterke stimulans geven om de noodzakelijke structurering van de keten tot stand te brengen.

De inspectie gaat ervan uit dat de maatregelen en afspraken gericht op een verantwoorde en veilige zorgketen vóór 1 oktober 2011 tot stand zijn gekomen en uiterlijk op 1 juli 2012 in de praktijk worden gebracht. Deze afspraken en maatregelen gelden voor de inspectie als voorwaarden voor het leveren van verantwoorde zorg. Zij zullen vanaf medio 2012 als toezichtsnorm gehanteerd worden bij het beoordelen van meldingen en calamiteiten in de trombosezorg.

De koepelorganisatie van trombosediensten (Federatie Nederlandse Trombosediensten) heeft in het afgelopen jaar al belangrijke aanzetten gedaan om de kwaliteit van de tromboseketen te verbeteren. De inspectie gaat er daarom vanuit dat haar aanbevelingen daadkrachtig zullen worden uitgevoerd en zullen leiden tot een veiligere zorg voor de patiënt.