Nut van testen bloeddonoren op Q-koorts vraagt meer onderzoek

0
582

Er is meer onderzoek nodig om te bepalen of het zinvol is om bloeddonoren te testen op Q-koorts. De Gezondheidsraad adviseert de kosten en baten van een dergelijke test in beeld te brengen alvorens hierover te besluiten. Bij orgaandonatie zijn wel maatregelen nodig om overdracht van Q-koorts te voorkomen. Dit schrijft de Gezondheidsraad in zijn advies Q-koorts: risico van overdracht via bloed of ander lichaamsmateriaal dat de raad vandaag aanbiedt aan de minister van VWS.

Afname
Het aantal patiënten met acute Q-koorts neemt sinds 2010 af. Chronische Q-koorts is echter nog wel een bron van zorg. Weliswaar gaat het om minder patiënten (anderhalf tot twee procent van de mensen met acute Q-koorts ontwikkelt een chronische infectie), maar over deze variant is weinig bekend. Mogelijk dragen patiënten de bacterie lang bij zich. Niet uit te sluiten is dat de bacterie ook voorkomt in bloed of lichaamsmateriaal van patiënten die (nog) geen verschijnselen hebben van chronische Q-koorts.

Te weinig gegevens
De kans op overdracht van Q-koorts via bloedtransfusie in Nederland is hoogstwaarschijnlijk beperkt. Er zijn echter te weinig gegevens beschikbaar om te kunnen bepalen of het zinvol is bloeddonoren regionaal of landelijk te testen. Kosten en baten van zo’n test moeten eerst in beeld gebracht worden. De Gezondheidsraad adviseert in de analyse ook de consequenties van een eventuele nieuwe uitbraak van acute Q-koorts mee te nemen.

Verschillende risico’s
De kans dat besmetting met Q-koorts plaatsvindt via organen of andere lichaamsmaterialen verschilt. Als het risico laag is, zijn geen maatregelen nodig. Dan gaat het bijvoorbeeld om hoornvliezen en materialen die al voor de Q-koortsuitbraak in 2007 zijn afgenomen. Donoren van andere organen en materialen waarbij het risico op overdracht groter is, zouden wel getest moeten worden. De Gezondheidsraad adviseert dit landelijk te doen, om de internationale uitwisseling van organen niet te belemmeren. Overigens zal besmet materiaal soms toch gebruikt kunnen worden, bijvoorbeeld als orgaan- of stamceltransplantatie levensreddend is. In zo’n geval is het ook belangrijk te weten of er besmetting met Q-koorts is, omdat de arts dan antibiotica kan voorschrijven.

Spermadonor
Verder adviseert de raad spermadonoren te testen als de spermadonor niet de partner is van de betrokken vrouw. Besmet sperma moet worden uitgesloten van donatie. Ook is een test op Q-koorts aan te raden als het sperma van de eigen partner na donatie wordt opgeslagen voor gebruik op een later moment. Testen van spermadonoren hoeft alleen te gebeuren bij donoren die afkomstig zijn uit het voormalige risicogebied voor Q-koorts.

De publicatie Q-koorts: risico van overdracht via bloed of ander lichaamsmateriaal (nr. 2011/15) is te downloaden van www.gr.nl en in een papieren versie op te vragen bij het secretariaat van de Gezondheidsraad, e-mail: order@gr.nl. Nadere inhoudelijke inlichtingen verstrekt dr. K. Groeneveld, tel. 070 340 56 88, e-mail k.groeneveld@gr.nl.