Nieuw polymeer helpt beschadigde zenuwen repareren

    0
    951

    Wetenschappers van het Maastricht UMC+ en de TU Eindhoven doen samen met het Dutch Polymer Institute (DPI) onderzoek naar de mogelijkheden om beschadigingen aan perifere zenuwen door middel van een nieuw afbreekbaar polymeer te herstellen. Momenteel spitst het onderzoek zich toe op het ontwikkelen van poreus materiaal met een soort van honingraatstructuur.

    Beschadigde of doorgesneden zenuwen hebben van nature de potentie weer te gaan groeien. Het is zaak ervoor te zorgen dat ze in de juiste richting groeien. Vandaar de behoefte aan een kunstmatige brug of tunnel waardoor het zenuwweefsel in de juiste richting wordt geleid. Het poreuze materiaal trekt stofjes aan die de zenuwuiteinden versneld moeten doen groeien. Het onderzoek naar het vervolmaken van het materiaal wordt gedaan door de afdeling Polymeerchemie van de faculteit Scheikundige Technologie van de TU Eindhoven, door dr. Inge van der Meulen, dr. Andreas Heise en prof. dr. Cor Koning.

    De medische wetenschap doet al jaren onderzoek naar het repareren van beschadigde perifere zenuwen. Het streven is niet alleen functieherstel (denk aan de grijpfunctie van de hand) maar ook het voorkomen van pijn. Het is een bekend fenomeen dat de uiteinden van beschadigde of doorgesneden zenuwen pijnscheuten veroorzaken als ze de verkeerde kant op groeien en/ of verstrikt raken in elkaar. Momenteel wordt schade aan zenuwen vaak chirurgisch opgelost door de zenuweinden weer aan elkaar te koppelen of door een andere perifere zenuw, die gemist kan worden, te transplanteren. Die chirurgische ingrepen zijn moeilijk, duur en lang niet altijd succesvol. Er is grote behoefte aan een alternatief. Door een kunstmatige brug te slaan tussen de beide zenuweinden verwachten de onderzoekers de schade en daarmee de functie te herstellen, en pijn te voorkomen of te verminderen. Het ingebrachte polymeer is afbreekbaar, waardoor er niet opnieuw een operatie nodig is om het materiaal te verwijderen na het herstel van de zenuw.

    Anesthesioloog prof. dr. Marco Marcus en bioloog dr. Ronald Deumens, die namens het Maastricht UMC+ aan het onderzoek deelnemen, hebben hoge verwachtingen van het nieuwe materiaal, en de betekenis die het kan hebben voor mensen die een beschadiging aan de perifere zenuwen hebben opgelopen. Prof. Marcus: “2,4 procent van alle traumapatiënten heeft perifeer zenuwletsel. U moet zich eens voorstellen wat voor een economische impact dat heeft door uitval uit het arbeidsproces. Dat kost de maatschappij kapitalen.” Volgens Ronald Deumens zal het overigens nog wel even duren voordat het polymeer beschikbaar is voor de klinische praktijk. “We testen het materiaal eerst in Petri-schalen, daarna in dieren en als dat goed gaat, eventueel in patiënten. Dit hele traject duurt zeker nog vijf jaar.“