Nieuw plasmiddel kan verhoogde aanmaak urine door lithiumgebruik verminderen

0
1461

Mensen die lithium gebruiken, krijgen vaak last van een verstoorde waterhuishouding. Zij moeten vaker plassen, ook ’s nachts, wat lastig is voor het dag- en nachtritme.

Tijdens zijn promotieonderzoek naar de waterhuishouding, waarop hij op woensdag 8 mei 2013 promoveert bij het UMC St Radboud, ontdekte Anne (Peter) Sinke een middel dat de verhoogde aanmaak van urine door lithiumgebruik kan verminderen: acetazolamide. Muizen die hij dit middel gaf in combinatie met lithium, gingen minder plassen. Patiëntenstudies in Nederland en Nieuw-Zeeland moeten uitwijzen of het ook bij mensen werkt.

Psychiatrische aandoeningen
Lithium wordt door artsen regelmatig voorgeschreven bij de behandeling van psychiatrische aandoeningen, zoals een bipolaire stoornis (manisch-depressief), schizofrenie en depressie. Hoe lithium precies werkt, is nog niet bekend, maar wel dat het effectief is. Maar het heeft ook een aantal bijwerkingen. Ongeveer de helft van de mensen die lithium slikken, krijgt last van een verhoogd dorstgevoel. Zij ontwikkelen een milde vorm van polyurie (verhoogd urineverlies), waardoor ze een beetje uitdrogen. Het probleem is dat hun nieren niet meer reageren op het signaal dat de hersenen afgeven om minder te gaan plassen. Zo’n 20 procent van de lithiumgebruikers plast zelfs extreem veel. Een mens drinkt normaal anderhalve liter per dag en plast ook anderhalve liter, maar deze patiënten plassen soms meer dan drie liter per dag! Dan verliezen ze dus constant teveel water. Vaak ontwikkelen ze na verloop van tijd nefrogene diabetes insipidus (NDI), een aandoening waarbij de nieren niet in staat zijn om de urine te concentreren. Daardoor moeten ze vaker naar het toilet, ook ’s nachts, wat lastig is voor het dag- en nachtritme.

Meer plassen door lithium
Promovendus Anne (Peter) Sinke deed fundamenteel onderzoek naar de waterhuishouding om de onderliggende mechanismen te begrijpen en verstoringen te verklaren. Hij verrichtte eerst in vitro studies met niercellen van muizen om te kijken hoe deze cellen reageren op lithium en acetazolamide. Daaruit bleek dat lithium de aanmaak van het aantal waterkanaaltjes in de niercellen vermindert. Vervolgens deed hij een aantal experimenten bij levende muizen (in vivo). Die bleken door lithium meer te gaan plassen. In beide typen experimenten bleek acetazolamide in staat om de verstoring in de waterhuishouding te corrigeren.

Extra waterkanaaltjes
Om uitdroging te voorkomen, vinden normaal gesproken twee dingen plaats in de waterhuishouding: iemand krijgt een dorstgevoel en de hersenen geven een signaal af aan de nieren voor de aanmaak van een bepaald hormoon – het antidiuretisch hormoon vasopressine. ‘Vasopressine zorgt ervoor dat je meer waterkanaaltjes aanmaakt in de nieren die het water weer terugvoeren in je lichaam. Maar bij patiënten met lithium-NDI zijn er minder waterkanaaltjes in de nieren aanwezig en kan het water niet meer terug worden opgenomen in het lichaam. Dat leidt tot verhoogde hoeveelheden urine. Acetazolamide stimuleert de aanmaak van extra waterkanaaltjes en zorgt voor een vermindering van het urinevolume.’

Minder bijwerkingen
Mensen die door lithiumgebruik last krijgen van polyurie krijgen doorgaans een combinatie van plasmiddelen (diuretica) voorgescheven om de waterhuishouding weer in balans te brengen: amiloride en thiazide. ‘Maar deze middelen hebben bijwerkingen, zoals elektrolytenstoornissen. Bij amiloride/thiazide gaat het om een verhoogd kaliumniveau en een verlaagd natriumniveau. Dat wil je liever niet.’

Lithium wordt nu nog vooral bij bipolaire stoornissen gebruikt, maar in de toekomst wellicht ook bij Alzheimer. Tussen 1996 en 2005 kwamen er zo’n 10.000 lithiumgebruikers bij en dat aantal stijgt nog steeds. ‘Het middel verbetert de kwaliteit van leven van patiënten met een bipolaire stoornis zodanig dat het vaak geen optie is om ermee te stoppen. Maar bij polyurie is het wellicht beter om acetazolamide voor te schrijven in plaats van de huidige plasmiddelen. Acetazolamide vertoonde bij muizen in ieder geval veel minder bijwerkingen.’

Bestaand geneesmiddel
Acetazolamide wordt ook gebruikt bij glaucoom (staar) en tegen hoogteziekte, omdat het overtollig vocht afdrijft. Het is een bestaand geneesmiddel, waardoor het niet nodig is opnieuw veiligheidsonderzoek te doen. Aankomende studies met patiënten in Nederland en in Nieuw-Zeeland moeten uitwijzen of acetazolamide ook geschikt is voor mensen. ‘Als het werkt, hebben we echt iets gevonden om de patiënt te helpen. Dat zou gaan om zo’n 20.000 mensen in Nederland en 7 miljoen mensen wereldwijd.’