Nieuw implantaat geneest gebroken heup beter

0
759

Een nieuw heupimplantaat verbetert de behandeling van gebroken heupen. Chirurg Herbert Roerdink conludeert dat in zijn proefschrift. Het implantaat is ontwikkeld door een bedrijf uit Hengelo. Roerdink promoveert 17 mei 2011 aan het UMC Utrecht.

Chirurg Herbert Roerdink onderzocht de veiligheid en werkzaamheid van een nieuw heupimplantaat. Het implantaat herstelt breuken waarbij de heupkop van het dijbeen afgebroken is. Met bestaande implantaten mislukt de genezing bij deze breuken in zo’n dertig tot veertig procent van de gevallen.

Roerdink volgde 25 patiënten met het nieuwe implantaat twee jaar lang. In 23 gevallen herstelde de gebroken heup voorspoedig, slechts bij twee patiënten was een nieuwe operatie nodig. Het nieuwe implantaat is dus een veelbelovend alternatief. Inmiddels hebben circa negentig patiënten in drie ziekenhuizen in Deventer, Enschede en Breda het nieuwe implantaat ontvangen. Roerdink wil een gerandomiseerde klinische trial opzetten als de langetermijnresultaten ook bij deze grotere groep patiënten gunstig uitpakken.

Het nieuwe implantaat heet officieel ‘Gannet’ (‘Jan van Gent’ in het Nederlands) omdat de vorm doet denken aan de zeevogel. Traumachirurg dr. Ariaan van Walsum van het Medisch Spectrum Twente in Enschede, co-promotor van Roerdink, bedacht de eerste versie van het nieuwe implantaat. Het is verder ontwikkeld door BAAT Medical uit Hengelo. Met het implantaat verbindt een platte metalen pin de afgebroken kop met het dijbeen. Uit de pin klappen twee ankertjes waarmee de pin zich vastzet in de heupkop. In tegenstelling tot bestaande implantaten hoeft een chirurg het niet in te schroeven, maar kan hij het inslaan. Dat voorkomt draaischade aan het gewricht en vermindert de kans op problemen met de bloedvoorziening. Het implantaat is bovendien chirurgisch erg snel en eenvoudig in te brengen.

Jaarlijks breken zo’n 18.000 Nederlanders hun heup, bijna 1.000 mensen overlijden als gevolg daarvan. De heupkop kan inclusief hals van het dijbeen breken. Of alleen de heupkop breekt van het dijbeen. Deze laatste breuk geneest het moeilijkst, de kop groeit niet vast of sterft zelfs af. Chirurgen zetten de kop vast met metalen implantaten, maar in dertig tot veertig procent van de gevallen geneest de breuk niet. Het alternatief is een heupprothese (‘een nieuwe heup’) waarbij het bot vervangen wordt door metaal of kunststof. Zo’n heupprothese gaat ongeveer vijftien jaar mee en is dus voor jongere patiënten geen blijvende oplossing. Een succesvol implantaat is dat mogelijk wel.

Herbert Roerdink werkt als traumachirurg in het Deventer Ziekenhuis. Prof. dr. Loek Leenen van het UMC Utrecht begeleidde zijn promotieonderzoek.