‘Niet tot iedere prijs vasthouden aan hoofdlijnenakkoord’

0
528

Zolang zorgverzekeraars bevoorschotting als drukmiddel inzetten om contracten met ziekenhuizen af te sluiten en de minister toch van plan is om ziekenhuizen achteraf te korten voor overschrijdingen, houdt de NVZ vereniging van ziekenhuizen niet tot iedere prijs vast aan het bestuurlijk hoofdlijnenakkoord. In een interview in het Financieele Dagblad (FD) zet NVZ-voorzitter Roelf H. de Boer grote vraagtekens bij de houdbaarheid van het akkoord: ‘ Het akkoord was nodig omdat er het komend jaar ongelooflijk veel op ziekenhuizen afkomt. In het verleden was er veel onzekerheid en dit akkoord moest rust scheppen. Ik constateer dat dat nog niet gelukt is. Als daar geen verandering in komt, kunnen we natuurlijk uit het hoofdlijnenakkoord stappen.’

‘Worgcontracten’
Het bestuurlijk hoofdlijnenakkoord werd op 4 juli dit jaar ondertekend door de NVZ, het ministerie van VWS, de academische ziekenhuizen (NFU) en de zelfstandige klinieken (ZKN). De afspraken voorzien onder meer in een beheerste landelijke ziekenhuisgroei van 2,5 procent en ‘ordentelijke’ zorgcontractering. Zorgverzekeraars bevoorschotten sinds jaar en dag het zogenoemde onderhanden werk. In het hoofdlijnenakkoord werd dit voor het eerst vastgelegd. De Boer in het FD: ‘ We krijgen nu signalen dat deze bevoorschotting door verzekeraars soms wordt gebruikt als oneigenlijk drukmiddel. Ziekenhuizen moeten contracten tekenen, anders krijgen ze geen voorschot. En dan ga je van een zorgcontract naar een worgcontract.’ In het hoofdlijnenakkoord zijn afspraken gemaakt waarin zorgcontracten landelijk geregeld zouden worden. De zorgverzekeraars willen nu alleen met individuele ziekenhuizen zaken doen.

Rechtszaken
Vorig jaar voerde de NVZ een aantal rechtszaken tegen VWS omdat het ministerie achteraf strafkortingen oplegde aan ziekenhuizen. De NVZ nam geen verantwoordelijkheid voor deze overschrijdingen en de reeks rechtszaken mondde uit in een cassatieprocedure. Toen het hoofdlijnenakkoord in juli een feit was, besloot het NVZ-bestuur de cassatie op te schorten. VWS bedacht een ‘ultimum remedium’: het macrobeheersingsinstrument (mbi). Voorzitter De Boer:’ De minister noemt het een ultimum remedium, ik vind het een ongenuanceerd paardenmiddel. Met een generieke korting tref je ook de ziekenhuizen die hun zaakjes gewoon voor elkaar hebben en die zich gewoon aan de afspraken houden. De verzekeraars en wij hebben een alternatief voorgesteld waarbij de veroorzakers van een overschrijding worden aangepakt. Daarmee voorkom je dat het voor ziekenhuizen loont om maar zo veel mogelijk te produceren om zo die strafkorting op te kunnen vangen.’

Juridisch niet haalbaar
VWS is van mening dat het voorstel van de NVZ en verzekeraars juridisch niet haalbaar is en legde het naast zich neer. De Boer in het FD hierover: ‘Wij zeggen: geef gas op dat dossier en zorg dan dat het wel kan. Want dit is geen reële manier van problemen oplossen. De knoet moet je pas hanteren als er echt niets anders meer kan.’