Niet-pluisgevoel blijkt waardevol diagnostisch instrument

0
639

Soms heeft een huisarts het gevoel dat er iets niet in orde is, zonder dat hij precies weet wat. Dit niet-pluisgevoel blijkt een weliswaar niet heel nauwkeurig maar wel waardevol diagnostisch instrument. Bij tweederde van de gevallen leidt dit fingerspitzengefühl tot een diagnose en bij ruim eenderde stelt de huisarts uiteindelijk de diagnose kanker.

Er komt een patiënt bij de dokter. Om vast te stellen wat er aan de hand is, zijn niet alleen de ziektegeschiedenis en medisch onderzoek belangrijk, maar ook intuïtie en ervaring. Wat voelt de arts aan zijn water? Pluis of niet pluis? Het niet-pluisgevoel werkt vooral als alarmbel of kompas en zet de arts ertoe aan objectieve redenen voor dit gevoel te zoeken. Dat het niet-pluisgevoel geen uit de lucht gegrepen noviteit is blijkt bijvoorbeeld uit een uitspraak van het Centraal Tuchtcollege voor de gezondheidszorg in 2008, als het oordeelt dat een arts ten onrechte geen gevolg aan zijn niet-pluisgevoel heeft gegeven.

Onverklaard gewichtsverlies
In onderzoek naar ‘een vermoeden van kanker’ met gegevens uit de Continue Morbiditeits Registratie Peilstations van het NIVEL, bleek dat bij 133 gevallen van niet-pluisgevoel de prikkel voor de huisarts bijvoorbeeld lag in onverklaard gewichtsverlies, een patiënt die eigenlijk nooit op het spreekuur komt, ongewoon langdurige klachten of het ‘zieke’ uiterlijk van de patiënt. Vaak zag de arts ook een combinatie van deze factoren. De helft van deze patiënten verwezen de huisartsen direct door naar een medisch specialist, daarnaast lieten ze laboratorium, röntgen- en echo-onderzoeken doen. Bij tweederde van de patiënten leidde dit tot een diagnose en bij ruim eenderde stelde de arts de diagnose kanker. Bij ruim een kwart vermoedde de arts de definitieve diagnose al bij zijn niet-pluisgevoel.

Fysieke sensatie
“Juist bij een ziekte als kanker, waarbij vroege opsporing zo belangrijk is voor de prognose, kan het niet-pluisgevoel heel waardevol zijn”, stelt NIVEL-projectleider, huisarts en epidemioloog Gé Donker. “Vaak zijn er geen objectieve argumenten voor. Voor sommige artsen is het zelfs een bijna fysieke sensatie. De arts wantrouwt de situatie omdat hij of zij onzeker is over de prognose van de klachten en de behoefte voelt om in te grijpen. Om juist op basis van niet-pluisgevoel te verwijzen of verder onderzoek te laten doen kan dan net het verschil maken waardoor je er tijdig bij bent.”

CMR
De Continue Morbiditeits Registratie (CMR) Peilstations van het NIVEL vormen een representatieve groep van 59 Nederlandse huisartsen in 42 praktijken. Hun patiëntenpopulatie bestrijkt ongeveer 0,8% van de Nederlandse bevolking en is verspreid naar regio en over stad en platteland. De peilstation-huisartsen rapporteren wekelijks of op jaarbasis over het vóórkomen van een aantal ziekten, gebeurtenissen en verrichtingen, die in routine-registraties ontbreken en daarin niet gemakkelijk zijn op te nemen. De gegevens worden geordend naar leeftijd en geslacht van de patiënt, naar regio en naar verstedelijking van het praktijkgebied. De CMR-peilstations bestaan sinds 1970.