‘Niet iedereen die in de put zit, heeft een zware depressie’

0
646

Te veel mensen die een psychisch probleem hebben, krijgen een psychiatrische behandeling. In zijn oratie die hij dinsdag 17 februari 2011 uitsprak aan Universitair Medisch Centrum/Rijksuniversiteit Groningen, pleitte professor Peter Verhaak voor een onderscheid tussen ernstige psychiatrische aandoeningen en levensproblemen die begeleiding vragen van de huisarts.

Voor depressie zijn de afgelopen jaren effectieve behandelingen ontwikkeld. Toch vermindert dit het aantal depressies onder de bevolking niet. Er zijn verschillende verklaringen voor deze zogenoemde depressieparadox. Bijvoorbeeld dat lang niet alle mensen met een depressie hulp zoeken en willen. Dat degenen die hulp krijgen van een huisarts daar vaak minder van opknappen dan verwacht of dat patiënten zich niet aan de behandelvoorschriften houden, vaak ook doordat ze een andere behandeling krijgen dan ze willen. Als oplossing voor de depressieparadox pleiten velen voor een nog intensievere behandeling, meer protocollen en het inzetten van meer specialistische expertise.

Andere benadering
Peter Verhaak, hoogleraar Geestelijke Gezondheidszorg binnen de huisartsvoorziening en programmaleider bij het NIVEL (Nederlands instituut voor onderzoek van de gezondheidszorg), pleit voor een andere benadering. Hij vraagt zich af of de problemen in de huisartspraktijk wel vergelijkbaar zijn met de psychiatrische aandoeningen waarvoor de specialistische geestelijke gezondheidszorg evidence based behandelingen biedt. Gaat het in de kliniek gevonden bewijs ook wel op in de huisartspraktijk? Behandelt de huisarts wel dezelfde aandoeningen als de psychiater? Of behandelt hij mensen met levensproblemen die daarbij begeleiding nodig hebben?

Diagnose
Verhaak pleit voor een onderscheid tussen patiënten met ernstige psychopathologie, die daarvoor de juiste behandeling moeten krijgen, en patiënten met symptomen die daar weliswaar op lijken, maar die meer baat zouden hebben bij een niet psychiatriserende benadering vanuit de huisartspraktijk. “Niet iedereen die in de put zit, heeft een zware depressie. Een diagnose depressie kan er toe leiden dat deze groep patiënten en hun omgeving zich naar die diagnose gaan gedragen. De patiënt is overgeleverd aan een dreiging van buiten en moet maar afwachten of de medicatie of andere therapie deze de baas wordt. Werkt het niet, dan zal het gevoel van machteloosheid alleen maar toenemen. Werkt het wel, dan is het de vraag wanneer de patiënt weer zonder kan.”

Basis-GGZ
De rol van de huisarts als vertrouwde hulpverlener blijft cruciaal. Deze moet wel steun hebben van praktijkondersteuners en eerstelijnspsychologen, maatschappelijk werkers en sociaal psychiatrisch verpleegkundigen. “Wellicht noemen we dit in de nabije toekomst wel de Basis-GGZ”, aldus Verhaak. “Een erg interessante onderzoeksvraag is dan vervolgens, tot welke mate van ernst deze Basis-GGZ met kortdurende behandeling psychische problematiek aankan en wanneer verwijzing naar de medisch specialist noodzakelijk is.”

Curriculum Vitae
Dr. P.F.M. (Peter)Verhaak (Utrecht, 1952) is in 2010 benoemd tot bijzonder hoogleraar Huisartsgeneeskunde, in het bijzonder Geestelijke Gezondheidszorg binnen de huisartsvoorziening bij het Universitair Medisch Centrum Groningen/Rijksuniversiteit Groningen. Deze bijzondere leerstoel is ingesteld door de Stichting NIVEL. Peter Verhaak studeerde Psychologie aan de Universiteit Utrecht. Hij promoveerde in 1986 tot doctor in de Medische Wetenschappen op een proefschrift met de titel ‘Interpretatie en behandeling van psychosociale klachten in de huisartspraktijk’. Verhaak richt zich in zijn onderzoek de komende jaren vooral op de ontwikkeling van kortdurende psychische behandelingen en het onderscheid tussen patiënten voor wie begeleiding vanuit de huisartspraktijk volstaat en voor wie gespecialiseerde psychiatrische behandeling nodig is.