Nederlandse banken financieren gigastal voor plofkippen in Oekraïne

0
899

Nederlandse financiële instellingen zijn betrokken bij de financiering van een megastal voor vleeskippen van ongekende grootte in Oekraïne. Dit blijkt uit onderzoek van Profundo in opdracht van de Dierenbescherming.

“Terwijl in Nederland de plofkip ter discussie staat en diervriendelijker productie in opmars is, varen onze banken een andere koers in Oost-Europa”, concludeert Frank Dales, directeur van de Dierenbescherming. Hij vindt dat onbegrijpelijk, zo bleek vrijdagavond 23 november 2012 uit een reportage in Nieuwsuur.

Het actualiteitenprogramma bezocht onlangs het zogenaamde Vinnytsia-complex in het westen van Oekraïne, dat met een jaarproductie van 444 miljoen kilogram kippenvlees per jaar het grootste stallencomplex van Europa moet worden. In 2018 worden daar elke dag 35 miljoen vleeskuikens gehouden; in geheel Nederland zijn dat er 44 miljoen. De Tweede Kamer sprak zich al eerder uit tegen betrokkenheid van de overheid bij deze gigastal.

Vooral Rabobank en in mindere mate ING Bank, ABN AMRO, het Pensioenfonds Zorg en Welzijn en het Spoorwegpensioenfonds zijn betrokken. Dales heeft ze inmiddels per brief gevraagd om tekst en uitleg. “Ik wil in gesprek over de verder betrokkenheid van deze financiële instellingen bij dergelijke veehouderijcomplexen”. Als één van de initiatiefnemers van de Eerlijke Bankwijzer volgt de Dierenbescherming banken nauwgezet op het gebied van dierenwelzijn.

Rabobank Nederland heeft volgens Profundo voor meer dan 137 miljoen euro geïnvesteerd in Myronivsky Hliproduct (MHP), het moederbedrijf van het Vinnytsia-complex. Daarvan is vorig jaar en dit jaar 56 miljoen in de kippenfabriek zelf gestoken. “De Dierenbescherming is dan ook zeer teleurgesteld dat uw bank zo’n grote betrokkenheid heeft bij de ontwikkeling van deze gigastal”, schrijft de Dierenbescherming in haar brief aan Rabobank. De vier andere betrokken financiële instellingen hebben een vergelijkbare brief ontvangen.

Volgens de Dierenbescherming past de steun van Rabobank niet binnen de normen die het bedrijf zelf heeft opgesteld in hun ‘Position Paper Veehouderij’. “Als dienstverlenende organisatie wil Rabobank vanuit haar betrokkenheid bijdragen aan een veehouderij die duurzaam is voor milieu en economie en een breed maatschappelijk draagvlak heeft”, verklaart de bank. Dales in zijn brief: “de fabrieksmatige productie van plofkippen op deze schaal staat in schril contrast met de opvattingen in uw eigen stuk, waarin u tevens stelt dat het welzijn van het dier centraal staat”.