Nederland investeert in database voor plantgezondheid

Directeur-generaal Hans Hoogeveen van het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV) lanceert op dinsdag 22 juni de Q-bank. De Q-bank is een online database met informatie over organismen die schadelijk zijn voor planten.

Q-bank
In de Q-bank staat informatie over allerlei soorten quarantaineorganismen en invasieve plantensoorten. Quarantaineorganismen zijn organismen die schadelijk zijn voor planten. De database koppelt de informatie door unieke DNA-informatie aan fysieke collecties. Daarnaast vinden gebruikers van de Q-bank informatie over betrouwbare, innovatieve identificatie- en detectietechnieken. Hiermee kan de aanwezigheid van bijvoorbeeld de aardappelspindelknolviroïde (PSTVd) in potplanten en natrot ‘Erwinia’ bacteriën in aardappelen en bloembollen worden aangetoond. Ook kunnen hiermee bijvoorbeeld larven van de voor de boomteelt schadelijke Oost-Aziatische boktor sneller kunnen worden geïdentificeerd. In de Q-bank worden naast quarantaineorganismen ook kwaliteitsorganismen opgenomen. Kwaliteitsorganismen zijn ook schadelijk voor gewas en zaden, maar mogen in bepaalde mate wel voorkomen. Dit geldt niet voor quarantaineorganismen. Deze horen niet voor te komen op gewassen en zaden. De Q-bank heet Q-bank omdat niet alleen quarantaineorganismen maar ook kwaliteitsorganismen (in het Engels quality organisms) de teelt en handel van plantaardige producten beïnvloeden.

Symposium ‘Vitaal ondernemen in het Q-tijdperk?’
Tijdens het symposium presenteren het ministerie van LNV en de keuringsdiensten hoe je met kennis plantgezondheid kunt verbeteren. Daarnaast worden de resultaten van het kennisinvesteringsprogramma ‘Versterking infrastructuur plantgezondheid’ uit het Fonds Economische Structuurversterking (FES) gepresenteerd. Dit programma gaat over het weren van risicovolle ziekteverwekkers en invasieve planten en over nieuwe identificatietechnieken. In het kennisinvesteringsprogramma werken kennisinstellingen intensief samen aan de ontwikkeling van snelle moleculaire detectiemethoden, borging van fysieke collecties en goede online beschikbaarheid van kennis over ziekteverwekkers. Het ministerie van LNV heeft 9 miljoen euro in het FES-programma gestoken. Het FES-programma wordt gezamenlijk uitgevoerd door kennisinstellingen op het gebied van plantgezondheid in Nederland, waaronder de nieuwe Voedsel en Waren Autoriteit, divisie Plant (voorheen Plantenziektenkundige Dienst), Wageningen UR, Centraalbureau voor Schimmelcultures, NCB Naturalis, Nationaal Herbarium Nederland, Bloembollenkeuringsdienst, Kwaliteits-Controle-Bureau, Naktuinbouw en Nederlandse Algemene Keuringsdienst voor Zaaizaad en Pootgoed van Landbouwgewassen.

Plantgezondheid belangrijk
Niet alleen de nieuwe Voedsel en Waren Autoriteit en de Nederlandse keuringsinstellingen maar ook het Nederlandse bedrijfsleven en onderzoeksinstellingen profiteren van het kennisprogramma en van een krachtige kennisinfrastructuur. Nederland is wereldwijd tweede exporteur van land- en tuinbouwproducten. Dit komt onder andere door de hoge toegevoegde waarde die de Nederlandse productiesector realiseert op plantaardige producten, maar ook doordat Nederland één van de grootste spelers is op het gebied van veredeling. Daarnaast vervult Nederland een spilfunctie in de handel van zowel consumptie- als uitgangsmateriaal. Het behoud van deze toppositie vraagt om een alerte houding van de sector, het bieden van een kwalitatief hoogwaardig en gezond product en doorlopende investeringen in onder andere teelttechniek, veredeling, kennis en logistiek.

Plantgezondheid heeft alles te maken met natuur, groene ruimte, biodiversiteit, voedselveiligheid en voedselzekerheid. Insleep van quarantaineorganismen, kwaliteitsziekten of andere organismen kunnen leiden tot enorme schade. Plantgezondheid en fytosanitaire maatregelen zijn daarom van groot belang voor de hele land- en tuinbouwsector. Een ziektevrije status is noodzakelijk voor veel exportgaranties. Dit kan niet zonder goed georganiseerde, hoogwaardige en snel toegankelijke kennis over plantenziekten en plagen.