Nederland drinkt nu evenveel als in 1900

    0
    568

    In de 19e en begin 20ste eeuw waren enkele grote en talloze kleine verenigingen voor drankbestrijding actief. In die periode was er op elke zeven arbeiderswoningen een kroeg(je). De drankbestrijding was met honderduizenden mensen de belangrijkste volksbeweging aan het begin van de 20ste eeuw, groter dan bijvoorbeeld de arbeidersbeweging.

    De drankbestrijding was in die jaren bijzonder effectief. Zo werd er in de jaren dertig, ondanks de economische crisis toen, nog maar een kwart aan alcohol gedronken vergeleken met 1890.

    De alcoholconsumptie per Nederlander daalde tot de jaren zestig. Sindsdien stijgt deze weer. In deze jaren is die vergelijkbaar met de drankconsumptie van rond 1890/1900. Al deze informatie las ik het boek De verslavingszorg voorbij. Dat is van de hand van de tweemaal (!) gepromoveerde Jaap van der Stel. Hij schreef het boek ter gelegenheid van het 100 jarig bestaan van het Boumanhuis te Rotterdam. Het boek kwam onlangs uit. Ik las het tijdens mijn vakantie in Noord Spanje. Het gaf mij veel stof tot overdenking, peinzend de golf van Biskaje overziend en toch ook genietend van een glaasje Rioja. Waarom leidde vergelijkbaar drankgebruik in 1900 wel tot een brede, effectieve volksbeweging van drankbestrijders en anno 2010 niet? Deze vraag stelt Van der Stel aan de orde, in zijn boek dat vele aspecten van alcohol- en drugsgebruik behandelt.

    Ten eerste (aldus Van der Stel) voerden de drankbestrijders in het verleden hun strijd op vele fronten tegelijk. Kroegen, slijters en drankindustrie waren hun natuurlijke vijanden, maar zij richtten zich ook op het gedrag en opvattingen van de bevolking. Zij streefden wel naar strenge wetgeving maar maakten zich niet daarvan afhankelijk. Zij droegen alternatieven aan: volkskoffiehuizen, sociaal-culturele activiteiten, spaarbanken en bibliotheken.

    Verder haakten zij in op het in de negentiende eeuw begonnen beschavingsoffensief tegen bijvoorbeeld doodstraf, lijfstraf, inhumane gevangenissen en slavernij. Drankgebruik noemden zij daarom een beschavingsstoornis.

    Belangrijk verschil met anno 2010 is dat er nu veel meer geld is onder de mensen dan in 1900. Drankgebruik leidde toen tot ruïnering van gezinnen en kindertjes. De smartlap Toe vader, drink niet meer is nu niet meer van toepassing.

    Elders in zijn boek pleit Van der Stel voor een meer medicamenteuze behandeling van alcoholverslaafden. Geneesmiddelen zouden de zucht naar drank, in vakjargon de graving, op somatische wijze moeten terugdringen. Wellicht wordt het zelfs mogelijk dat er vaccin komt tegen graving. Scholieren zouden dat dan kunnen innemen. Partners van alcoholisten zouden dat in het eten kunnen mengen. Het zijn eeuwen oude en zeer innovatieve ideeën, die Van der Stel bespreekt.

    Graag beveel ik het boek aan studenten en docenten in de verslavingszorg aan. Wie net als ik wil nadenken over verslavingen aan alcohol, cannabis en andere drugs, krijgt veel food voor thoughts. Het boek kwam uit bij Bohn, Stafleu en Van Loghum.

    Auteur: Prof. dr. A.J.P. (Guus) Schrijvers
    Professor Schrijvers bekleedt de leerstoel Algemene Gezondheidszorg bij het Julius Centrum voor Gezondheidswetenschappen en Eerstelijns Geneeskunde, Universitair Medisch Centrum Utrecht.