Marianne Thieme heeft donderdag 5 november 2015 via Kamervragen premier Rutte aangespoord om Japan aan te spreken op dolfijnenslachting en walvisjacht. De minister-president is volgende week in Japan voor een handelsmissie.

De regering en de Tweede Kamer hebben zich de afgelopen jaren in een reeks van toezeggingen en een serie van aangenomen moties uitgesproken tegen de Japanse dolfijnenslachting en walvisjacht.

Nu minister-president Rutte op 10 en 11 november 2015 in Japan is met een handelsmissie, heeft fractievoorzitter Marianne Thieme (Partij voor de Dieren) Kamervragen gesteld over hoe de premier invulling gaat geven aan het officiële regeringsstandpunt tegen deze Japanse activiteiten en eerder gedane toezeggingen zich daar blijvend tegen te verzetten.

Marianne Thieme
Marianne Thieme, Tweede Kamerlid en fractievoorzitter van de Partij voor de Dieren.

Marianne Thieme: “Dit is het moment voor de premier om de daad bij het woord te voegen en Japan duidelijk te maken dat Nederland de dolfijnenslachtingen niet accepteert.”

Taiji
Elk jaar vinden in het Japanse Taiji wrede dolfijnenjachtpartijen en -slachtingen plaats, die nauw samenhangen met de handel in dolfijnen voor dolfinaria wereldwijd. Japan geeft 23.000 vergunningen af aan kustplaatsen om dolfijnen uit het wild te vangen.

Eerst worden de beste exemplaren door dolfijnentrainers vanuit de hele wereld voor veel geld gekocht voor hun dolfinaria. De overgebleven dolfijnen worden op gruwelijke wijze gedood door stalen haken in de kop te slaan. Ieder jaar worden er tussen honderden en duizenden dieren gedood tijdens het jachtseizoen

Daarnaast lapt Japan het decennia oude verbod op commerciële walvisvangst structureel aan haar laars, zonder dat internationale regeringsleiders hier tegen optreden.

dolfijn

Vorig artikelLandelijke Natuurwerkdag houdt natuur in topconditie
Volgend artikelNieuwe behandeling voor (ex-) kankerpatiënten
Op 28 oktober 2002 is de oprichtingakte getekend die de Partij voor de Dieren van een noodzakelijke droom omvormde tot een politieke realiteit. Een groep dierenbeschermers die actief was in maatschappelijke bewegingen die politiek en maatschappij beïnvloeden om diervriendelijker te leven, besloot dat de grens was bereikt toen het kabinet Balkenende I een groot aantal diervriendelijke regels terugdraaide. Regels en wetgeving waarvoor jaren was gestreden en die slechts minimale verbeteringen met zich meebrachten werden van tafel geveegd. De betrokkenheid van politici bij dierenwelzijn en dierenrechten was nihil en deze onderwerpen werden onvoldoende voor het voetlicht gebracht door zittende politieke partijen. De manier waarop het eerste kabinet Balkenende diervriendelijke maatregelen van tafel veegde was de druppel. Er moest een partij komen die dierenrechten- en welzijn tot hoofdthema maakte om echt iets te veranderen. De oprichting van de Partij voor de Dieren was een feit.