Nazorg kanker bij huisarts

Twee tot vijf jaar na de diagnose van kanker gaan patiënten vaak naar de huisarts. Nu patiënten met kanker steeds langer overleven, moeten huisartsen zich voorbereiden op een grotere rol in de nazorg, omdat specialisten dat niet meer aankunnen. Hiervoor moeten de richtlijnen worden aangepast, betogen onderzoekers van het NIVEL in het Journal of Clinical Oncology.

Ieder jaar krijgen wereldwijd 12,7 miljoen patiënten kanker. Gelukkig verbeteren de behandelingen waardoor meer mensen vijf jaar na de diagnose nog in leven zijn. In Nederland is de vijfjaarsoverleving toegenomen van 47% in de begin jaren negentig tot 59% tussen 2004 en 2008. Kanker wordt meer en meer een chronische ziekte die ook aandacht van zorgverleners vraagt op de lange termijn. Veel patiënten kampen jaren na de behandeling nog met vermoeidheid, spier- en gewrichtsklachten – bijvoorbeeld na verwijdering van de lymfeklieren vanwege borstkanker – of met seksuele problemen. Deze klachten bemoeilijken hun werk en lichamelijke en sociale activiteiten. Huisartsen moeten zich voorbereiden op een grotere rol in de nazorg aan deze patiënten.

Nazorg
Na afronding van de specialistische behandeling in het ziekenhuis is de huisarts de aangewezen persoon voor de nazorg. Twee tot vijf jaar na de diagnose blijken borstkankerpatiënten 24% vaker bij de huisarts te komen, prostaatkankerpatiënten 33% vaker en darmkankerpatiënten 15% vaker dan patiënten van gelijk geslacht en met dezelfde leeftijd. Bij darmkankerpatiënten is het zorggebruik vooral verhoogd bij relatief jonge patiënten zonder bijkomende chronische ziekte. NIVEL-programmaleider Joke Korevaar: “Jongere patiënten gaan normaal gesproken natuurlijk minder naar de huisarts dan ouderen, dus een kleine toename lijkt al snel veel. Ouderen of mensen met comorbiditeit – bijkomende aandoeningen – zullen eerder consulten combineren. Ze gaan bijvoorbeeld al vanwege diabetes naar de huisarts en stellen in hetzelfde consult vragen over andere klachten.”

LINH
Voor het onderzoek is gebruikgemaakt van gegevens uit het Landelijk Informatienetwerk Huisartsenzorg (LINH) over het huisartsenbezoek tussen 2001 en 2010 van 1256 vrouwen met borstkanker, 503 mannen met prostaatkanker en 487 mensen met darmkanker. De onderzoekers keken naar de periode tussen twee en vijf jaar na de diagnose en vergeleken deze met patiënten zonder kanker uit dezelfde praktijken. Het Landelijk Informatienetwerk Huisartsenzorg telt 84 huisartspraktijken met meer dan 335.000 patiënten. In deze praktijken worden continu ‘productiegegevens’ over aandoeningen, aantallen contacten/verrichtingen, geneesmiddelvoorschriften en verwijzingen verzameld.

Plaats een reactie