Na hersenbloeding bij baby snel ingrijpen

0
681

Lang niet alle te vroeg geboren kinderen met een hersenbloeding krijgen ontwikkelingsproblemen. Mieke Brouwer van het UMC Utrecht laat zien dat op schoolgaande leeftijd bijna zestig procent van deze kinderen geen motorische of cognitieve achterstand heeft. Zij promoveert op 21 juni 2011.

Verpleegkundige Mieke Brouwer van het UMC Utrecht onderzocht de motorische en cognitieve prestaties van 32 schoolgaande kinderen tussen de 5 en de 8 jaar. Deze kinderen zijn te vroeg geboren, na 26 tot 35 weken. Vlak na de geboorte hebben ze een hersenbloeding gehad waardoor de afvoer van het hersenvocht verstoord was en de hersenkamers in grootte toenamen. Via een neurochirurgische ingreep konden neonatologen de grootte van de hersenkamers onder controle gehouden. Ze verwijderden dagelijks overtollig hersenvocht via een onderhuids reservoir en een afvoerbuisje.

Bijzonder is dat deze ingreep al plaatsvond vóórdat de kinderen duidelijk last hadden van het opgehoopte vocht. In het UMC Utrecht grijpen artsen snel neurochirurgisch in als na een echo blijkt dat een hersenbloeding is opgetreden en de hersenkamers groter worden. In veel ziekenhuizen elders ter wereld wachten artsen af tot de baby ernstige klachten krijgt, zoals spugen of een te snelle groei van het hoofd.

Brouwer laat zien dat de meerderheid van deze vroeg behandelde kinderen, 59 procent, geen leerproblemen, motorische handicaps of epilepsie hebben. De overige kinderen hebben wel motorische beperkingen of leerproblemen. Het gemiddelde IQ van de groep is met 93 lager dan gemiddeld. Kinderen kunnen ondanks een hersenbloeding dus vaak normaal presteren op latere leeftijd, concludeert Brouwer. In andere landen krijgen te vroeg geboren kinderen vaker motorische handicaps en leerproblemen dan in Nederland. Maar in die onderzoeken zijn ook kinderen opgenomen met een zwangerschapsduur van 23 en 24 weken, dat kan de resultaten beïnvloeden.

“Vroeg behandelen van hersenbloedingen is cruciaal”, vindt hoogleraar neonatale neurologie prof. dr. Linda de Vries. Zij leidde samen met dr. Floris Groenendaal het onderzoek. “Ik denk dat het de verklaring is voor de relatief goede prestaties van Nederlandse te vroeg geboren kinderen.” Een internationaal vergelijkend onderzoek, opgezet door het UMC Utrecht en het Erasmus MC, moet definitief uitwijzen of een vroege behandeling beter is. In het UMC Utrecht krijgen ongeveer tien kinderen per jaar een reservoir om hersenvocht te verwijderen.

Bij te vroeg geboren kinderen ontstaan vaak hersenbloedingen omdat het vaatstelsel nog niet uitgerijpt is. Zo’n bloeding in de hersenkamers verstoort de vochtcirculatie in de hersenen en leidt tot vergrote hersenholtes of ventrikels. Dit kan druk geven op het hersenweefsel rondom de hersenholtes en kan uiteindelijk het hersenweefsel zelfs beschadigen. Op korte termijn veroorzaakt dat een te snelle toename van de hoofdomvang. Bij ernstige beschadigingen kan het kind motorisch of geestelijk gehandicapt raken.