MKB’ers in de zorg moeten meer ondernemen en innoveren

0
579

De zorgsector is een van de belangrijkste sectoren van Nederland aan het worden en neemt inmiddels 15% van de totale werkgelegenheid in het bedrijfsleven in beslag. Het MKB in de zorg is relatief oververtegenwoordigd in de eerstelijns gezondheidszorg, zoals huisartsen, tandartsen, apothekers en fysiotherapeuten. Het belang van de zorgsector in de economie is groeiende. Daarmee wordt steeds meer beslag op mensen en middelen gelegd. Innovatie, slimme oplossingen het invoeren van ondernemerschap worden daarom in de zorg steeds belangrijker. Dit blijkt uit het rapport: Ondernemen in de Zorg 2010 dat vandaag door EIM wordt gepresenteerd.

Ondanks dat de zorg een groeiende sector is hebben niet alle branches het even makkelijk. De apothekersbranche is daar één van. Deze ondernemers zijn deels in slecht vaarwater gekomen als gevolg van het ingestelde prijsbeleid. Veel zelfstandige apothekers hebben in het verleden aan hun voorgangers grote bedragen voor goodwill betaald. Op dit moment ziet het er niet naar uit dat ze deze vergoeding van hun opvolgers kunnen krijgen. Daarnaast worden apothekers geconfronteerd met het feit dat ze moeten onderhandelen met de zorgverzekeraars. Hierdoor wordt meer dan ooit een beroep gedaan op hun ondernemerschap.

Een andere belangrijke groep binnen de gezondheidszorg die vrijwel geheel tot het MKB kan worden gerekend, is die van de fysiotherapeuten. De vooruitzichten voor de fysiotherapeuten zijn gunstig. Vergrijzing leidt tot een toename van de vraag. Wel moeten ook fysiotherapeuten als gevolg van een verder doorgevoerde marktwerking tegenwoordig met de zorgverzekeraars onderhandelen over de tarieven. Dit betekent dat de therapeut meer ondernemerschap aan de dag moet leggen. Daarnaast vraagt de ontwikkeling van de vraag de fysiotherapeuten om naar arbeidsbesparende technieken te zoeken of de organisatie te verbeteren.

De huisartsenwereld is eveneens in beweging. Huisartsen zien zich hoe langer hoe vaker genoodzaakt tot samenwerking om de werkdruk binnen de praktijken terug te dringen zoals het inschakelen van verpleegkundigen/assistenten voor het verrichten van eenvoudige handelingen. Daarbij verwacht de overheid dat steeds de goedkoopste geneesmiddelen worden gebruikt. Door het zorgstelsel wordt meer gevraagd naar samenwerking tussen huisartsen en andere zorgaanbieders. Dit alles betekent dat ook de huisarts steeds meer aandacht moet besteden aan ondernemerschap.

Tegelijkertijd vergrijst de beroepsbevolking. Er komen minder jongeren op de markt en er stromen meer ouderen uit. Dit betekent dat de zorg moet concurreren met andere sectoren rond de factor arbeid. Een van de oplossingen hiervoor is het verhogen van de arbeidsparticipatie, maar daaraan zit ook een grens. Veel aandacht wordt daarom besteed aan andere technologieën en het verhogen van de productiviteit in de zorg.

Samenwerking en ketenaanpak worden dus steeds belangrijker. Meer samenwerking leidt tot kwaliteitsverhoging en efficiëntie. De samenwerkingsverbanden tussen huisartsen, fysiotherapeuten en verpleegkundigen onder één dak maken gegevensuitwisseling en afstemming over behandelpraktijken eenvoudiger. Dit heeft voor de cliënten tot gevolg dat het behandelproces korter wordt. Tevens kan dit een besparing in de overhead opleveren.