Minister maakt nieuwste behandelopties beschikbaar voor patiënten

0
497

Voor Nederlandse patiënten komen de nieuwste geneesmiddelen voortaan sneller beschikbaar. Dat is het gevolg van een serie maatregelen die minister Schippers (VWS) heeft uitgevaardigd.

Onnodige bureaucratie en ondercapaciteit bij de beoordelende instanties waren er de afgelopen tijd de oorzaak van dat innovatieve geneesmiddelen die al wel in Nederland geregistreerd waren, niet via het verzekerde pakket konden worden vergoed. Wettelijke beoordelingstermijnen worden vaak met vele maanden overschreden. Voor patiënten heeft dat als nadelige consequentie dat zij niet altijd kunnen worden behandeld met de nieuwste therapieën. Voor farmabedrijven betekenen de vertragingen dat de toch al beperkte periode waarin ze hun investeringen kunnen terugverdienen, verder worden ingeperkt. Voor het innoverend vermogen van de sector is dat een negatieve ontwikkeling waar de gezondheidszorg niet bij gebaat is.

Nefarma heeft in gesprekken met het College voor Zorgverzekeringen (CVZ), de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) en het ministerie van Volksgezondheid aangedrongen op maatregelen die vertraagde beoordelingsprocedures snel weer op gang trekken. In een brief aan de NZa kondigt minister Schippers vandaag drie overgangsmaatregelen aan om de wachtlijsten bij met name het CVZ versneld weg te werken en zodoende vlotte beschikbaarheid voor de patiënt te realiseren. Dat betekent onder meer dat enkele tientallen veelbelovende nieuwe geneesmiddelen volgens een verlicht beoordelingsregime zullen worden beoordeeld. Het gaat dan enkel nog om toetsing aan een vastgestelde kostendrempel. Van de voorwaardelijk tot het pakket toegelaten geneesmiddelen wordt na vier jaar opnieuw beoordeeld of ze in het pakket blijven.

Nefarma stelt tevreden vast dat dankzij de maatregelen van de minister artsen in ziekenhuizen niet meer worden belemmerd in het voorschrijven van de betreffende middelen. Nu de aanspraak goed is geregeld, is het aan de ziekenhuizen zelf om in hun onderhandelingen met zorgverzekeraars tot goede afspraken te komen over het declareren van de kosten.