Minder dierproeven in 2010

0
573

In 2010 zijn minder dierproeven verricht dan in 2009. Dit blijkt uit ‘Zo doende 2010’, het 30e jaaroverzicht over dierproeven van de nieuwe Voedsel en Waren Autoriteit (nVWA). De nVWA houdt toezicht op de naleving van de ‘Wet op de dierproeven’ (Wod). In totaal zijn 575.278 dierproeven geregistreerd. Dit zijn 17.387 (2,9%) dierproeven minder dan in 2009, met name met ratten.

Ruim de helft van de proeven (55,2%) werd uitgevoerd voor wetenschappelijk onderzoek, een derde (33,7%) van het totale aantal dierproeven is verricht voor onderzoek voor de ontwikkeling, productie of controle van sera, vaccins, geneesmiddelen en medische of veterinaire producten. Om de mogelijke schadelijkheid van stoffen te onderzoeken werd 6,1% van de dierproeven verricht; daarnaast werd 3,4% verricht voor onderwijs en training en 1,5% voor diagnostiek.

Inspecties en maatregelen
De nVWA heeft 550 inspecties uitgevoerd. De nVWA is niet alleen verantwoordelijk voor het controleren of dierproeven uitgevoerd worden conform de Wet op de dierproeven, maar ook voor het verzamelen, analyseren en verwerken van de door de vergunninghouders aangeleverde gegevens over dierproeven.

De nVWA controleerde of de huisvesting van de dieren voldoet aan de wettelijke regeling en of bijvoorbeeld schuilmogelijkheden, nestmateriaal, bedding en ander verrijkingsmateriaal in de kooien aanwezig waren. Ook keek de nVWA of de dieren zorgvuldig werden behandeld en verzorgd, en of de onderzoekers en dierverzorgers de juiste wettelijk voorgeschreven opleidingen hebben. Uit de inspecties bleek dat in het algemeen de voorschriften, die direct verband houden met het welzijn van de proefdieren, goed werden nageleefd.

In totaal zijn er 3 schriftelijke waarschuwingen uitgedeeld. Deze hadden betrekking op het verzorgen en behandelen van proefdieren en het aantekenen van bijzonderheden in de proeven. Dit zijn overtredingen van de Wet op de dierproeven. De nVWA droeg de vergunninghouders op maatregelen te treffen om de geconstateerde omissies op te heffen.

Vergunningen
Dierproeven mogen in Nederland alleen worden uitgevoerd door instanties die daar een speciale vergunning voor hebben. In 2010 waren er 72 vergunninghouders geregistreerd. Ook voor het fokken van proefdieren is een speciale vergunning vereist. In Nederland is een dergelijke vergunning verleend aan 42 bedrijven en instellingen.

Dierexperimentencommissies
Onderzoeksplannen waarin dierproeven zijn voorzien moeten eerst worden voorgelegd aan een erkende Dierexperimentencommissie (DEC). Deze commissie kijkt onder meer of het onderzoeksplan voldoet aan de wettelijke eisen en adviseert de vergunninghouder over de voorgenomen proef. Eind 2010 waren er in totaal 23 door de minister van VWS erkende DEC’s. De nVWA inspecteerde het functioneren van de DECs en concludeerde dat de DECs voldoen aan de wettelijke samenstellingseis wat betreft de onafhankelijkheid en het niet betrokken zijn bij dierproeven. Ten aanzien van de taak van de DEC in het beoordelen van onderzoeksplannen concludeert de nVWA dat in het algemeen het systeem van de DECs in Nederland goed functioneert.