Milieuschade kost Nederland miljarden

0
1115

Staatssecretaris Atsma van Infrastructuur en Milieu weet niet wat het kost om drinkwater te zuiveren van bestrijdingsmiddelen en meststoffen. Dat blijkt uit de antwoorden die hij heeft gegeven op Kamervragen die Marianne Thieme daar in mei over heeft gesteld.

Reden dat hij over de kosten in het duister tast is dat ook de Vereniging van Waterbedrijven (Vewin) geen inzicht heeft in wat het kost om bestrijdingsmiddelen en meststoffen uit het drinkwater te zuiveren. Wel meldt Atsma dat Vewin heeft aangegeven dat er extra kosten zijn voor het zuiveren van drinkwater, maar dat de vereniging niet in beeld heeft hoeveel deze extra kosten zijn.

Deze onwetendheid betreffende de kosten is opmerkelijk omdat het huidige kabinet zichzelf ten doel heeft gesteld miljarden te bezuinigen. Deze bezuinigingen treffen tot nu toe onder meer de zorg, kunst en cultuur, sociale zekerheid en het openbaar vervoer.

In antwoord op de Kamervragen van de Partij voor de Dieren geeft Atsma ook aan dat de uitstoot van fijnstof uit stallen en van wegen kost de samenleving elk jaar tussen de 100 en 400 miljoen euro aan gezondheidsschade. Het langdurig blootstellen aan luchtverontreiniging kost Nederland elk jaar minstens 4 miljard euro.

Vorig artikelSmartsize me, niet het zoveelste dieetboek
Volgend artikelPeter Weeda interim-bestuurder Maasstad Ziekenhuis
Op 28 oktober 2002 is de oprichtingakte getekend die de Partij voor de Dieren van een noodzakelijke droom omvormde tot een politieke realiteit. Een groep dierenbeschermers die actief was in maatschappelijke bewegingen die politiek en maatschappij beïnvloeden om diervriendelijker te leven, besloot dat de grens was bereikt toen het kabinet Balkenende I een groot aantal diervriendelijke regels terugdraaide. Regels en wetgeving waarvoor jaren was gestreden en die slechts minimale verbeteringen met zich meebrachten werden van tafel geveegd. De betrokkenheid van politici bij dierenwelzijn en dierenrechten was nihil en deze onderwerpen werden onvoldoende voor het voetlicht gebracht door zittende politieke partijen. De manier waarop het eerste kabinet Balkenende diervriendelijke maatregelen van tafel veegde was de druppel. Er moest een partij komen die dierenrechten- en welzijn tot hoofdthema maakte om echt iets te veranderen. De oprichting van de Partij voor de Dieren was een feit.