Meldpunt ouderenmishandeling in de zorg bij IGZ

0
588

Op woensdag 15 juni 2011 heeft staatssecretaris Marlies Veldhuijzen van Zanten van VWS het Meldpunt Ouderenmishandeling in de zorg geopend bij de Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ): 088-1205050. Slachtoffers en hun naasten, zorgprofessionals en bestuurders van zorginstellingen kunnen hier ouderenmishandeling door medewerkers van zorginstellingen melden. Het opzetten van het meldpunt is een van de actiepunten die Veldhuijzen van Zanten eerder dit jaar aankondigde in haar actieplan “Ouderen in veilige handen”.

Ouderen zijn vaak afhankelijk van de zorg van anderen. Zij moeten zich veilig voelen en ook daadwerkelijk veilig zijn. Ouderenmishandeling in de zorg is niet acceptabel. Om actie te kunnen ondernemen als dat nodig is, heeft de IGZ het Meldpunt ouderenmishandeling in de zorg geopend.

Maatregelen
De IGZ ziet er op toe dat zorginstellingen hun verantwoordelijkheid nemen en zal actie ondernemen tegen zorgverleners die zich schuldig maken aan ouderenmishandeling. Deze acties lopen uiteen van het stimuleren van zorginstellingen om beleid te voeren gericht op het signaleren en voorkomen van ouderenmishandeling, tot aangifte tegen vermoedelijke plegers van strafbare feiten bij het Openbaar Ministerie of het aanspannen van een tuchtzaak tegen BIG-geregistreerde beroepsbeoefenaren.

Steunpunten Huiselijk Geweld
Ouderenmishandeling in huiselijke kring waarbij een mantelzorger of familielid de pleger is, kan en mag de IGZ niet onderzoeken. Het behandelen van meldingen van ouderenmishandeling in de huiselijke kring is een taak van de Steunpunten Huiselijk Geweld (SHG’s). In dat geval zal de IGZ een melder zo goed mogelijk adviseren en doorverwijzen naar één van de SHG’s.

Actieplan
Met de opzet van het Meldpunt ouderenmishandeling in de zorg onderstreept de staatssecretaris het belang dat ze hecht aan de veiligheid voor ouderen en toont ze aan dat ouderenmishandeling onacceptabel is. Het meldpunt is onderdeel van het nationaal actieplan “Ouderen in veilige handen”, dat de staatssecretaris op 30 maart 2011 naar de Tweede Kamer stuurde. Ze trekt hiervoor de komende jaren 10 miljoen euro per jaar uit.