Meisjescriminaliteit stijgt harder

0
617

Meisjescriminaliteit steeg de afgelopen jaren relatief harder dan jongenscriminaliteit, met name (lichte) geweldscriminaliteit. Dat blijkt uit onderzoek criminologen van de Vrije Universiteit Amsterdam uitvoerden in opdracht van het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum (WODC).

Verder laat het onderzoek op basis van zowel zelfrapportage- als politiegegevens zien dat meisjes jonger zijn dan jongens als zij delicten plegen en als zij in contact komen met justitiële autoriteiten. Er is dus aandacht nodig voor een groeiende groep meisjes die al op relatief jonge leeftijd met justitie in aanraking komt.

Rol moeder in opvoeding belangrijk
De problematiek van deze meisjes lijkt in een aantal opzichten op die van jongens. Risicofactoren die ook bij jongens gevonden worden, zoals een riskante leefstijl, delinquente vrienden en problemen met school worden ook bij meisjes gevonden, naast seksespecifieke domeinen als traumatische ervaringen, mentale gezondheid en seksueel gedrag. Ook blijkt dat de opvoeding door de moeder verschilt bij licht en ernstig delinquente meisjes. Hoe meer harde disciplinering en controle en hoe minder emotionele steun van de moeder, hoe groter de kans dat meisjes ernstig delinquent gedrag vertonen. Dit geldt niet voor de opvoeding door de vader.

Meer problemen bij zwaardere delicten en straffen
Meisjes die straffen opgelegd krijgen, zoals een voorwaardelijke straf, een taakstraf of detentie, hebben op meer domeinen risicofactoren naarmate zij ernstiger delicten plegen en/of zwaardere straffen krijgen. Zij hebben dus, en dat is niet verwonderlijk, complexere problemen naarmate zij ernstiger feiten plegen. Opmerkelijk is wel dat al bij licht delinquente meisjes (die een voorwaardelijke straf hebben gekregen, veelal voor overtreding van de leerplichtwet) behoorlijk wat problemen aangetroffen worden op verschillende domeinen. Deze meisjes zijn jonger dan de meisjes met zwaardere straffen.

Geheel nieuwe interventies niet nodig
De onderzoekers concluderen dat geheel nieuwe interventies voor meisjes niet noodzakelijk zijn, een deel van de problemen is gelijk aan die van jongens en wordt door verschillende bestaande interventies aangepakt. Een deel van de problemen blijft echter onderbelicht en specialisten kunnen overwegen om extra modules in te zetten op het gebied van mentale gezondheid, traumatische ervaringen, relaties met thuis en school en seksualiteit. Meer aandacht voor specifieke problemen van meisjes binnen bestaande interventies of werken met aangepaste modules lijkt gewenst.