Medicinaal afvallen

0
827

De Nederlandse openbare apotheken verstrekten in 2011 25.000 keer een geneesmiddel dat bedoeld is om te helpen bij afvallen. In januari van vorig jaar verstrekten zij het vaakst een vermageringsmiddel. Van de gebruikers van deze middelen is 80% vrouw.

Het aantal geneesmiddelen dat beschikbaar is voor het ondersteunen van patiënten bij afvallen is de afgelopen jaren afgenomen. Vijf jaar geleden waren de middelen sibutramine en rimonabant daarvoor ook nog beschikbaar. Sibutramine remde de eetlust en verhoogde de hoeveelheid energie die het lichaam gebruikt, maar het werd uit de handel gehaald vanwege een verhoogd risico op hart- en vaatproblemen. Rimonabant remde ook de eetlust. Ook dit middel is uit de handel gehaald vanwege bijwerkingen. In dit geval ging het om ernstige psychiatrische bijwerkingen. Momenteel is in de groep vermageringsmiddelen alleen orlistat nog beschikbaar. De werking van orlistat berust erop dat het lichaam minder vet uit het voedsel opneemt. Orlistat heeft daarmee een wezenlijk andere werking dan sibutramine en rimonabant.

Twee varianten
Orlistat is beschikbaar in twee sterktes, 60 mg en 120 mg, die ieder een verschillende afleverstatus kennen. De afleverstatus van een geneesmiddel bepaalt hoe het middel voor het publiek verkrijgbaar is. Op Europees niveau wordt bepaald of een geneesmiddel al dan niet receptplichtig is. Als een middel niet-receptplichtig is, bepaalt in Nederland het College ter Beoordeling van Geneesmiddelen (CBG) via welke van de gebruikelijke verkoopkanalen van geneesmiddelen het middel mag worden verkocht. Voor zelfzorgmiddelen is dat of via algemene verkoop (AV), of uitsluitend via apotheek en drogist (UAD) of uitsluitend via de apotheek (UA).

Voor orlistat geldt dat de sterkste variant (Xenical) uitsluitend op recept (UR) verkrijgbaar is, waardoor een apotheker dit middel alleen mag verstrekken als er een recept van een arts aan ten grondslag ligt.

Het CBG bepaalde dat orlistat met 60mg (Alli) zonder recept verstrekt mag worden, maar dat bij het verstrekken wel de tussenkomst van de apotheker noodzakelijk is uit oogpunt van medicatiebewaking, en – begeleiding. Alli kreeg daarom de UA-status. Voor beide varianten gelden verschillende adviesdoseringen. Voor het UA-middel geldt een adviesdosering van maximaal 180 mg per dag en voor de UR-variant maximaal 360 mg per dag. Orlistat dient rond de drie hoofdmaaltijden te worden gebruikt, maar het kan achterwege blijven als er geen of weinig vet in de maaltijd zit.

Gebruik
De SFK telde afgelopen jaar bijna de helft minder verstrekkingen van orlistat dan in 2010. In totaal verstrekten apothekers in 2011 25.000 keer orlistat, 15.000 keer Alli en 10.000 keer Xenical. Bijna 80% van de gebruikers van beide varianten van orlistat is vrouw. De gemiddelde leeftijd van gebruiksters is 48 jaar, waarbij de gemiddelde leeftijd van de UR-variant ongeveer twee jaar hoger ligt, en die van de UA-variant ongeveer twee jaar lager. De 20% mannelijke gebruikers zijn gemiddeld een paar jaar ouder. Uit de cijfers van de SFK blijkt dat aan een beperkt deel van de gebruikers van de UR-variant, 3%, in de afgelopen twee jaar ook de UA-variant is verstrekt.

Door het jaar heen
In 2011 was het aantal verstrekkingenvan de UR-variant door het jaar heen relatief stabiel. In januari, de maand van de goede voornemens, had de UA-variant het hoogste aantal verstrekkingen. Na de zomermaanden lag het aantal UA-verstrekkingen lager dan ervoor. Ook in 2010 was januari de maand met het hoogste aantal verstrekkingen, maar in dat jaar was het onderscheid tussen de periode vóór en na de zomermaanden scherper. Mogelijk heeft dit te maken met een publicatie van de Amerikaanse Food and Drug Administration (FDA) in mei 2010 over een mogelijk verband tussen ernstige leverschade en het gebruik van orlistat. Het Europese Geneesmiddelen Agentschap (EMA) concludeerde begin februari van dit jaar echter dat de baten-risicobalans positief blijft, omdat er geen duidelijk verband is tussen orlistat en een verhoogd risico op leverschade.