Kennis palliatieve terminale zorg in GGz kan beter

0
522

In instellingen voor geestelijke gezondheidszorg is zorg aan cliënten in hun laatste levensfase minder vanzelfsprekend en gestructureerd dan in de reguliere zorg. Ondanks toegewijde zorgverleners is het mogelijk en gewenst de palliatieve terminale zorg in deze instellingen te verbeteren.

Dit is een van de conclusies uit het onderzoek dat het Trimbos-instituut heeft uitgevoerd met steun van het Fonds Psychische Gezondheid, het VSBfonds en het K.F. Hein Fonds en is geïnitieerd door Agora, het landelijk ondersteuningspunt palliatieve zorg.

Uit het onderzoek blijkt ook dat zorgverleners in de GGz onvoldoende op de hoogte zijn van het bestaan van palliatieve netwerken, consultatie- en financieringsmogelijkheden of bestaande richtlijnen op het terrein van palliatieve zorg. Kennisoverdracht zou een eerste stap kunnen zijn naar een verbetering van de palliatieve terminale zorg in de GGz. Zo zou de structurele inzet van methodieken zoals een ‘Laatste wensen-boekje’ kunnen helpen om de wensen en behoeften van de terminale cliënten in GGz-instellingen beter in beeld te brengen. Onduidelijkheid over de wensen en behoeften van de cliënt bij hulpverleners kan namelijk de zorg, zeker bij wilsonbekwame cliënten, extra bemoeilijken.

Op dit moment maken zorgverleners weinig gebruik van familieleden en vrijwilligers die een actievere rol kunnen spelen bij de ondersteuning van de cliënt in de terminale fase. Nu wordt de extra zorg die nodig is vooral gedragen door toegewijde zorgverleners die bereid zijn om extra in de zorg voor deze cliënten te investeren.

Ook geven zorgverleners in de GGz die met een palliatieve terminale cliënt van doen hebben gehad, aan dat zij een handzame checklist missen. Hierdoor zijn zij onzeker over de vraag of zij alle mogelijkheden die er zijn op palliatief terminaal gebied wel voldoende benut hebben. In deze checklist moeten beslismomenten en punten van aandacht bij de zorg beschreven staan. Door het gebruik van een dergelijke checklist zou de integrale zorg aan GGz-cliënten in de laatste levensfase beter geborgd kunnen worden.