Kanker: dynamisch als het leven zelf

Toen prof. dr. Dirk De Ruysscher begon aan zijn opleiding tot radiotherapeut, was de gemiddelde longkankerpatiënt een zeventigjarige man, die al sinds zijn veertiende een pakje per dag rookte. De tijden zijn veranderd. Niet alleen de patiëntenpopulatie is enorm divers, ook weten we tegenwoordig dat er oneindig veel soorten kanker zijn, die zich op veel verschillende manieren ontwikkelen. In die diversiteit schuilt volgens De Ruysscher een grote kans om de behandeling van (long)kanker te verbeteren. Maar er zijn ook bedreigingen.

“U zou eens een dagje mee moeten lopen”, zegt de Belg Dirk De Ruysscher in de loop van het gesprek. “U zou verbaasd zijn over het grote technische gehalte van dit vak en zich afvragen: ‘Is dit geneeskunde?’.”
Jazeker, gestoeld op wiskunde en fysica, maar toch. “Vergelijk het met klimatologische modellen. Je kunt puur op basis van windrichting en temperatuur een model maken dat ons weer kan voorspelen. Maar je kunt ook de getijden van de zee meenemen, de variaties van maximale temperaturen, en niet op één plek, maar op de hele wereld. Het is onze bedoeling om op dezelfde manier de prognose van patiënten te berekenen, zowel naar overleving als naar bijwerkingen. Daarbij maken we gebruik van al gauw duizend persoonlijke parameters in zelf ontwikkelde ‘decision-support’-systemen.”

Glucose
Dat is inclusief alle informatie over de tumor die via een PET-scan is verworven, nadat de patiënt een bepaalde glucose ingespoten heeft gekregen. Tumorcellen nemen bij uitstek glucose op. FDG staat voor 18Fluoro-Deoxy-Glucose; een variant die de kankercel wel in kan, maar er niet meer uit. De onderzoeksgroep van De Ruysscher ontwikkelde een werkwijze waarbij via de FDG-opname in de tumor de samenstelling ervan gedetailleerder in beeld gebracht kon worden. Op basis hiervan kan ook nauwkeurig worden berekend welke delen van de tumor een hogere stralingsdosis vereisen, ontdekte de groep van De Ruysscher als eerste. “We hebben met onze techniek ook in het gezonde longweefsel de meer en minder gevoelige zones gedefinieerd, waardoor we de straling door de minder gevoelige zones kunnen richten op de tumor.”

Bijwerkingen
Dat verkleint ook de negatieve bijwerkingen van bestraling. “Heel veel patiënten hebben veel te veel bijwerkingen van onze behandelingen, daar moet veel meer aandacht aan besteed worden. Kortademigheid, slikpijn, hoestklachten, misselijkheid en zelfs een infectiegevoeligheid die levensbedreigend kan zijn.” De wiskundige modellen die tegenwoordig worden gebruikt om een therapie te bepalen, maken voor patiënten die bijwerkingen ook inzichtelijker. Mensen kunnen bij wijze van spreken kiezen: Wil ik nog vijf trappen op kunnen lopen zonder kortademig te zijn, maar met een wat kleinere kans op genezing? Of vind ik de genezing belangrijker en maakt de kortademigheid me niet zoveel uit? “Omdat de patiënten zo divers zijn, is de keus tegenwoordig niet meer voor iedereen hetzelfde”, aldus De Ruysscher.

Haken en ogen

Hoewel de toekomst van diversiteit prachtig klinkt, zitten er ook haken en ogen aan. “Het is niet makkelijk om de juiste correlaties te vinden. Dat is het verhaal van de opa die negentig is geworden terwijl hij dagelijks flink rookte. Wat leidt je daaruit af? Het is erg belangrijk om een methode te ontwikkelen die onderscheidt of het door of ondanks onze behandeling is dat iets goed of slecht gaat. De vraag is of de ene persoon het beter doet dan de andere door zijn kenmerken of door de behandeling. En wat zegt dat voor een andere persoon? Dat is een grote uitdaging. Zover zijn we nog niet. Ik hoop nog altijd dat we een aantal kenmerken gaan vinden die ook overlappend zijn tussen patiënten, zodat we op een meer efficiënte manier een soort generieke oplossing kunnen vinden die toepasbaar is voor een grotere groep patiënten. Dat maakt het systeem gemakkelijker toepasbaar en goedkoper. De kosten van behandelingen mogen zeker niet stijgen, dat kunnen we ons niet permitteren.”

Bureaucratie
In het verleden werden in deze regio al mooie resultaten geboekt. Eén op de vijf longkankerpatiënten met aangetaste klieren zonder uitzaaiingen leefde eind jaren negentig nog twee jaar na de behandeling. Tegenwoordig is dat ruim de helft, met minder bijwerkingen op de lange termijn. Willen ook in de toekomst dergelijke stappen genomen worden, dan moet er nodig iets gedaan worden aan de nutteloze bureaucratie rond wetenschappelijk onderzoek. “Uit heel wat internationale toonaangevende studies blijkt dat een derde tot de helft van de administratie die we nu rond klinische studies moeten voeren, nutteloos is. Een grote klinische, academisch studie kost al snel vier miljoen euro. Als je bedenkt dat tot de helft daarvan bespaard kan worden… Er wordt altijd gezegd dat we competitief moeten zijn, maar hoe doen we dat in godsnaam als we de helft van het geld stoppen in nutteloze administratie? Als beleidsmakers daar niets aan doen, gaat onze wereldwijde concurrentiepositie verder achteruit.”

Onderscheid
Een ander discussiepunt dat De Ruysscher onlangs in zijn oratie aanroerde, was de selectie van patiënten die in aanmerking komen voor gezondheidszorg. “Ik zou het schandalig vinden als we ooit onderscheid gaan maken in de behandeling van rokers en niet-rokers voor longkanker. Inzetten op lifestyle-risico klinkt heel mooi, maar dat betekent dat we mensen die presteren in de maatschappij uitsluiten. Topsporters, CEO’s, en dergelijke leven vaak ongezond; president Obama, die rookt ook. Je weet waar je begint, maar waar je eindigt is de vraag. Ik probeer patiënten absoluut te motiveren te stoppen met roken, maar ik zal nooit zeggen: ‘Had u dat nu maar niet gedaan.’ Dat weet die patiënt ook wel.”

Wat hem tot slot zo fascineert aan juist longkanker? “Ik vind kanker een interessante ziekte. Niet om het te hebben natuurlijk, maar omdat het een ziekte is die uit uzelf ontstaat. Longkanker is één van de complexere vormen van kanker, omdat die vaak laat wordt ontdekt en de patiënt ook andere ziektes heeft die vaak door roken werden veroorzaakt. Het is een ziekte die enorm dynamisch is, net als het leven zelf. Het probeert continu dingen uit om te overleven, net als gezonde cellen, en dat vind ik interessant.”

Prof. dr. Dirk De Ruysscher aanvaarde zijn leerstoel Radiotherapie i.h.b. Respiratoire Oncologie aan de Faculty of Health, Medicine and Life Sciences op 2 juli 2010 met het uitspreken van zijn oratie. Hij is tevens werkzaam bij de afdeling Radiotherapie van het academisch Ziekenhuis Maastricht (Maastro Clinic).

Contact: dirk.deruysscher@maastro.nl

Auteur: Femke Kools, Editor Research Magazine Universiteit Maastricht