Kanker door medicijnen is belangrijke doodsoorzaak bij nierpatiënten na transplantatie

0
939

Bijna één op de tien niertransplantatiepatiënten ontwikkelt enkele jaren na een transplantatie kanker. Meer dan de helft daarvan overlijdt hieraan. Kanker is na hart- en vaatziekten de meest voorkomende doodsoorzaak bij deze patiënten. Belangrijke aanleiding voor deze complicatie is de afweerremmende medicatie die patiënten krijgen. Nu blijkt dat de dosering van deze medicijnen bij de meeste patiënten onder begeleiding veilig kan worden gehalveerd. Dat concludeert Jacqueline van de Wetering van de afdeling Inwendige Geneeskunde van Erasmus MC in haar onderzoek, waarop zij donderdag 24 november 2011 promoveerde.

Na 42 jaar niertransplantatie in Nederland is duidelijk dat 16 procent van de patiënten overlijdt aan kanker. Het gaat om een verhoogd risico op bijna alle soorten kanker. Deze complicatie ontwikkelt zich op een veel later tijdstip na transplantatie dan andere complicaties, zoals hart- en vaatziekten of infectieziekten. Dit leidt tot een aanzienlijk lagere levensverwachting bij deze patiënten. Bij niertransplantatie patiënten die kanker ontwikkelen wordt de diagnose meestal zes tot zeven jaar na transplantatie gesteld. Zij overlijden ongeveer acht jaar na transplantatie. Kanker is daarmee naast hart- en vaatziekten de meest voorkomende doodsoorzaak bij orgaantransplantatie.

Er zijn verschillende factoren die een belangrijke rol spelen bij het ontstaan van complicaties na niertransplantatie. Zo zijn onder andere het geslacht, het ras, de leeftijd en leefstijl van de patiënt van invloed. Maar ook de verscheidenheid aan medicijnen die patiënten krijgen voor en na een transplantatie is verantwoordelijk voor lange termijn complicaties. Het gaat om medicijnen die het immuunsysteem onderdrukken om te voorkomen dat het lichaam van de patiënt het nieuwe orgaan afstoot.

“Je vraagt je dan af of je patiënten met goedwerkende nieren na een transplantatie minder medicijnen kunt geven, om zo het risico op lange termijn complicaties te verlagen”, zegt Jacqueline van de Wetering, internist-nefroloog. De eerste resultaten van haar onderzoek bij een kleine groep patiënten zijn gunstig. Binnen de studie met een dergelijke groep stabiele niertransplantatiepatiënten konden de afweer remmende medicijnen veilig worden afgebouwd. Dit kon onder begeleiding tot de helft van de oorspronkelijke dosis worden teruggebracht, zonder dat dit leidde tot acute afstoting van het orgaan. Of deze patiënten op langere termijn geen afstotingsverschijnselen krijgen moet nog blijken. Daarvoor worden zij gedurende 10 jaar na hun transplantatie gevolgd.

Op dit moment is ongeveer driekwart van alle niertransplantatiepatiënten stabiel. In een vervolgonderzoek zal gekeken worden of ook zij met minder medicijnen uitkunnen.