Jaarbericht 2009 Nationale Drug Monitor: Aantal opiaatverslaafden gedaald

0
616

Het aantal verslaafden van opiaten (vooral heroïne) is in het afgelopen decennium gedaald. Deze trend gaat gepaard met aan daling in het aantal opiaatcliënten in de verslavingszorg. Dit was in 2008 8% lager dan in 2007 en een kwart lager dan in 2001. Het aantal cannabisgebruikers dat zich meldt bij de verslavingszorg blijft echter fors stijgen.

Dit blijkt uit het Jaarbericht 2009 van de Nationale Drug Monitor. De populariteit van GHB is gegroeid in bepaalde groepen jongeren en jongvolwassenen. Ook is het aantal gezondheidsincidenten door gebruik van dit middel toegenomen. In het uitgaansleven blijft ecstasy na cannabis de meest populaire illegale drug. Het aantal mensen dat vanwege een alcoholprobleem in de verslavingszorg of een ziekenhuis wordt opgenomen, is in de afgelopen jaren gestegen. Nog steeds is een op de drie mannen van 18-24 jaar een zware drinker, maar dat aantal neemt af. Verder registreren politie en justitie in 2007 en 2008 minder zaken van smokkel, handel en productie van illegale drugs dan in de jaren ervoor. Tevens is het aantal geregistreerde vermogensdelicten door opiaatgebruikers gedaald.

Opiaten: daling aantal verslaafden
Volgens de laatste schatting voor 2008 zijn er 17.700 problematische gebruikers van met name heroïne. Dat is minder dan 10 jaar geleden. De Nederlandse populatie opiaatgebruikers is in de loop van de jaren gemiddeld steeds ouder geworden. In 2008 was het aantal opiaatcliënten in de verslavingszorg (12.711) ongeveer 8% lager dan in 2007 en ruim een kwart lager dan in 2001. 95% van hen is ouder dan 30 jaar. De instroom van nieuwe opiaatcliënten is gering; slechts 5% klopte in 2008 voor het eerst aan voor hulp vanwege een drugsprobleem.

Cannabis: groot verschil gebruik regulier en speciaal onderwijs, hulpvraag blijft toenemen
Het percentage scholieren van 12 tot 18 jaar van het reguliere voortgezet onderwijs die de afgelopen maand cannabis heeft gebruikt, daalde geleidelijk tussen 1996 en 2007, vooral onder jongens. In 2007 was 8% een actuele cannabisgebruiker. Van deze groep blowde een op de zeven meer dan tien keer per maand. Cannabisgebruik komt veel vaker voor onder leerlingen van het speciaal onderwijs. Op scholen voor (zeer) moeilijk lerende kinderen was 41% van de zestienjarigen een actuele blower tegenover 13% van hun leeftijdgenoten op reguliere scholen.

Verder is een blijvende groei te constateren van het aantal cliënten met een cannabisprobleem bij de verslavingszorg. Tussen 1994 en 2008 steeg het aantal cannabiscliënten van 1.951 naar 8.410. Een op de zeven cannabiscliënten is jonger dan 20 jaar. Ongeveer 29.000 mensen van 18-64 jaar zijn verslaafd aan cannabis. Of dit aantal groeit of daalt is niet bekend.

Het aantal ziekenhuisopnames met cannabismisbruik- of afhankelijkheid als nevendiagnose steeg eveneens (299 in 2005, 476 in 2008). De concentratie THC in nederwiet is na een stijging tot 2004 in de afgelopen jaren gestabiliseerd op 15%.

GHB: toename incidenten
Het gebruik van GHB lijkt onder de algemene bevolking en onder scholieren van het regulier onderwijs weinig voor te komen. In 2007 had 0,6% van de scholieren van 12 tot 18 jaar ervaring met GHB. Hogere percentages zijn te vinden onder scholieren van speciale scholen en jongeren in de jeugdzorg: 7,1% van de 16-jarigen van speciale scholen en 7% van de jongeren in de jeugdzorg hebben ooit GHB gebruikt. Ook uitgaande jongeren en jongvolwassenen hebben vaker ervaring met GHB: 4,6% van de bezoekers van party’s hebben in de afgelopen maand GHB gebruikt.

De hulpvraag vanwege GHB-verslaving bij een aantal instellingen voor verslavingszorg is de afgelopen jaren toegenomen, maar landelijke cijfers ontbreken nog. Het aantal GHB-slachtoffers bij de Spoedeisende Hulp is tussen 2003 en 2008 verviervoudigd tot naar schatting 980. GHB is lastig te doseren en het risico op een overdosering is groot.

Alcohol: toename hulpvraag
Het alcoholgebruik onder scholieren schommelde in het afgelopen decennium. Na een forse stijging tussen 1999 en 2003 onder 12 tot 14-jarige scholieren daalde het weer in 2007 (32% actuele gebruikers). Onder 15 tot 18-jarigen bleef het actuele gebruik stabiel (75% in 2007).

In 2008 was een op de tien mensen van 12 jaar en ouder een zware drinker ( (op één of meer dagen per week minstens zes glazen alcohol drinken) In 2001 was dit percentage nog 14%. Zwaar drinken komt het meest voor onder mannen van 18-24 jaar (37% in 2008).. Van de zware drinkers vraagt slechts een klein deel hulp bij de verslavingszorg (3%), maar dit aantal groeit. In 2008 zijn ruim 33.000 cliënten behandeld voor een primair alcoholprobleem, even veel als in 2007, maar tienduizend meer dan in 2002.

In ziekenhuizen steeg het aantal opnames vanwege een hoofddiagnose alcoholmisbruik- en afhankelijkheid (5.600 in 2007, bijna 6.000 in 2008). Het aantal opnames vanwege een nevendiagnose steeg van bijna 12.000 naar ruim 13.700. Onder jongeren en kinderen van 16 jaar of jonger met een alcoholgerelateerde opname werd een toename geregistreerd van 263 in 2001 naar 711 in 2008 (+170%).

Roken: geringe daling aantal rokers
Tussen 2004 en 2007 schommelde het percentage rokers onder Nederlanders van 15 jaar en ouder rond hetzelfde niveau. Van 2007 naar 2008 trad weer een geringe daling op in het percentage rokers, maar het verschil is klein (respectievelijk 27,5% en 26,7%). Roken blijft de belangrijkste oorzaak voor vroegtijdige sterfte. In 2008 overleden circa 19.300 mensen van 20 jaar en ouder aan de directe gevolgen van roken, ongeveer evenveel als in 2007.

Smokkel, productie en handel van illegale drugs: lichte afname van zaken bij justitie
In 2007 en 2008 heeft 7-8% van de verdachten en zaken bij de politie, het Openbaar Ministerie en de rechter betrekking op smokkel, productie, handel of bezit van illegale drugs. Dit aandeel wijkt niet substantieel af van de jaren daarvoor. Bij de politie liepen in 2008 352 opsporingsonderzoeken naar ernstige vormen van georganiseerde criminaliteit. 70% van deze onderzoeken is gericht op criminele organisaties die zich bezighouden met productie of handel in drugs.

Delinquente drugsgebruikers: minder vermogensdelicten, meer geweldsdelicten
Nederland kende jarenlang een probleem van hoge criminaliteit onder drugsgebruikers, vooral opiaatgebruikers die vermogensdelicten, zoals diefstallen pleegden. Dit type criminaliteit is de laatste jaren gedaald. Wel worden er meer drugsgebruikers opgepakt voor geweldsdelicten.

Verslavingsreclassering: meer cliënten
De verslavingsreclassering krijgt steeds meer cliënten (18.000 in 2008) en oefent vaker toezicht uit op cliënten die een delict hebben gepleegd. Ook worden delinquente gebruikers vaker gescreend met de Risico Inschattingsschalen om te bepalen wat het risico is van herhaling van criminaliteit. De verslavingsreclassering stelt ook vaker rapporten op over cliënten voor justitie.

Veel harddrugsgebruikers in Inrichting voor Stelselmatige Daders
Nederland kent sinds 2004 de maatregel tot plaatsing in een Inrichting voor Stelselmatige Daders (ISD). Deze maatregel kan voor maximaal twee jaar door de rechter opgelegd worden bij personen die stelselmatig delicten plegen. De meerderheid van de ISD’ers kampt met harddrugsproblematiek, waarbij ook vaak sprake is van verwevenheid met psychische en maatschappelijke problemen en soms ook beperkte intellectuele capaciteiten. In 2008 kwamen er 292 nieuwe ISD’ers bij. Gemiddeld vielen 607 personen per maand onder de maatregel ISD.