Isolatie Q-koortsbacterie uit materiaal van Nederlandse Q-koortspatiënten

    0
    850

    Onderzoekers van het Centraal Veterinair Instituut (CVI), onderdeel van Wageningen UR, zijn erin geslaagd om de Q-koortsbacterie uit menselijke materialen te kweken en te isoleren. Volgens de betrokken wetenschappers kan het onderzoek naar oorzaak en behandeling van Q-koorts bij mensen hierdoor in een stroomversnelling raken. De bacterie was tot nog toe alleen uit dierlijk materiaal gekweekt.

    Met de humane Q-koortsbacterie kan op korte termijn onderzoek worden opgestart naar het effect van de behandeling van Q-koorts bij mensen. Ook verwachten de onderzoekers dat de ontdekking een impuls geeft aan het onderzoek naar de oorzaak van het ontstaan van chronische Q-koorts. Het genetisch materiaal van de bacterie uit de patiënten wordt daarbij vergeleken met de eerder door het CVI geïsoleerde dierlijke bacteriestammen.
    Een aantal samenwerkende ziekenhuzien: het Canisius-Wilhelmina Ziekenhuis (CWZ) en het Universitair Medisch Centrum St. Radboud, beide uit Nijmegen, en het St. Antonius Ziekenhuis in Nieuwegein hebben het CVI van menselijke materialen voorzien van waaruit de isolatie van de bacterie gelukt is.

    De CVI-onderzoekers voerden de isolatie van de intracellulaire bacterie uit op cellijnen. Na een groeiperiode is Coxiella burnetii aangetoond door middel van een Immuun Fluorescentie Test (IFT). Op foto 1 en 2 is de felgroen gekleurde C. burnetii te zien bij een vergroting van 400x.


    foto 1: hartklep


    foto 2: sputum

    De isolatie van de Q-koortsbacterie, Coxiella burnetii, is onderdeel van de onderzoeksprojecten die gestart zijn om Q-koorts bij mensen en dieren in Nederland te bestrijden. Het CVI werkt daarin samen met de GD (de Gezondheidsdienst voor Dieren), het RIVM (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu), het CWZ en met internationale partners. Het onderzoek wordt gefinancierd door de Ministeries van LNV (Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit) en VWS (Volksgezondheid, Welzijn en Sport).

    Het onderzoek is mede gefinancierd door het ministerie van LNV (BAS-nummer WOT-01-002-05.04)