Integrale bekostiging dekt fractie zorg

0
553

Integrale bekostiging dekt een kleiner deel van de huisartsenzorg dan veelal wordt gedacht. Patiënten met diabetes, COPD en hartfalen komen veel vaker voor andere klachten bij de huisarts dan voor hun chronische aandoening, zo blijkt uit een publicatie van onderzoekers van het NIVEL in Huisarts & Wetenschap.

Integrale bekostiging houdt in dat de zorg voor bijvoorbeeld diabetes apart wordt gefinancierd en dat zorgverzekeraars een contract kunnen sluiten met groepen zorgaanbieders voor de zorgverlening. Eén zorgaanbieder wordt dan hoofdcontractant voor het totale zorgpakket voor de patiënt. Voor de zorg voor diabetes mellitus of mensen met een risico op hart- en vaatziekten is de systematiek al ingevoerd, voor COPD en hartfalen gebeurt dit waarschijnlijk binnenkort. De meeste van deze patiënten worden in de huisartsenpraktijk behandeld en vaak is de huisarts de hoofdcontractant. Deze vorm van bekostiging moet de samenwerking tussen verschillende zorgverleners stimuleren waardoor chronisch zieken beter af zijn en de zorg goedkoper wordt.

Andere klachten

Zorgverzekeraars zien dat ze hoge kosten maken voor bijvoorbeeld diabetespatiënten, waardoor het beeld is ontstaan dat de integrale bekostiging een groot deel van de eerstelijnszorg dekt. Maar uit onderzoek binnen het Landelijk Informatie Netwerk Huisartsenzorg blijkt dat het merendeel van de consulten en visites van deze patiënten niet samenhangt met de chronische ziekte en daardoor niet onder de integrale bekostiging valt. Deze dekt slechts een klein deel van de huisartsenzorg.
Per 1000 mensen die zijn ingeschreven bij de huisarts hadden er in 2008 45 diabetes, 18 COPD en 9 hartfalen. Diabetes- en COPD-patiënten hadden in 2008 gemiddeld 9 keer contact met de huisarts, patiënten met hartfalen 12 keer, ten opzichte van 3,6 contacten voor de gemiddelde patiënt. Iets meer dan een kwart van deze contacten (37% bij diabetes, 18% bij COPD en 13% bij hartfalen) blijkt onder de integrale bekostiging te vallen. In totaal is dat 5% van alle contacten in de huisartsenpraktijk.

LINH
Het onderzoek is uitgevoerd binnen het Landelijk Informatie Netwerk Huisartsenzorg (LINH). LINH maakt gebruik van anonieme gegevens uit ruim 300.000 elektronische patiëntendossiers van 80 deelnemende huisartsenpraktijken en verzamelt zo continue gegevens over aandoeningen, aantallen contacten en verrichtingen, geneesmiddelvoorschriften en verwijzingen.