Inspectie deed terecht onderzoek naar kwaliteit IC-zorg

0
484

De Inspectie voor de Gezondheidszorg is tevreden met de conclusie van de Nationale Ombudsman dat zij in 2008 terecht onderzoek heeft gedaan naar de kwaliteit van de zorg op intensive care afdelingen met niveau 1. De inspectie heeft daarbij volgens de ombudsman bovendien de juiste normen gehanteerd. Op basis van haar onderzoek droeg de inspectie eind 2008 11 ziekenhuizen op om binnen 48 uur de zorgzwaarte aan te passen en geen patiënten meer op te nemen waarvan vooraf bekend was dat zij IC-zorg nodig hadden.

De ziekenhuizen voldeden bij herhaling niet aan de door de beroepsgroep zelf opgestelde minimumeisen voor het leveren van verantwoorde zorg. De inspectie handhaaft deze. De maatregel was nodig in het belang van de zeer kwetsbare IC-patiënt. De inspectie is het dan ook niet eens met de ombudsman dat zij met de maatregel voor onnodige onrust heeft gezorgd bij ziekenhuizen en patiënten.

De Nationale Ombudsman onderzocht het optreden van de inspectie rondom het onderzoek naar de kwaliteit van intensive care-afdelingen naar aanleiding van een klacht van de Vereniging van Samenwerkende Algemene Ziekenhuizen (SAZ). De SAZ vond het onderzoek onterecht en stelde onder meer dat de normen die de inspectie handhaafde geen harde normen zijn waaraan moet worden voldaan. De Nationale Ombudsman oordeelde echter dat de inspectie deze normen terecht hanteerde.

Handhavingskader
De inspectie erkent dat zij vooraf en tijdens het onderzoek nog duidelijker had kunnen zijn over de eisen en termijnen waaraan de ziekenhuizen moesten voldoen. De inspectie is het eens met de aanbeveling van de Nationale Ombudsman om dit bij haar onderzoeken meer expliciet duidelijk te maken. Sinds 2009 heeft de inspectie dit in haar standaardprocedures opgenomen.

Minimumeisen verantwoorde zorg

In haar onderzoek keek de inspectie of de ziekenhuizen voldeden aan twee cruciale eisen voor het leveren van verantwoorde intensive care zorg. Deze zijn gebaseerd op de veldnorm die in 2005 is opgesteld door de beroepsgroepen zelf en waarover consensus bestaat. Zo moet er overdag een intensivist op de afdeling aanwezig zijn. In de avond, nacht en weekenden moet in ieder geval een arts aanwezig zijn met aantoonbare ervaring met IC-zorg.

Elf ziekenhuizen bleken bij herhaling niet te voldoen aan de eisen. Ook het plan van aanpak dat zij moesten indienen om daar wel aan te voldoen was onder de maat. Daarop liet de inspectie weten dat deze ziekenhuizen geen patiënten meer mochten opnemen waarvan vooraf bekend was dat zij IC-zorg nodig hadden. Op IC-afdelingen liggen zeer kwetsbare, ernstig zieke patiënten. Deze patiënten moeten er zeker van kunnen zijn dat ze de best mogelijke zorg krijgen. De ziekenhuizen lieten echter weten niet aan de eisen te kunnen voldoen vanwege een tekort aan gekwalificeerde artsen.

Onbegrijpelijk en zorgwekkend
De aankondiging van de door de inspectie opgelegde maatregel kreeg de nodige aandacht in de media. De ziekenhuizen bleken uiteindelijk binnen 48 uur alsnog aan de eisen te kunnen voldoen.

Inspecteur-generaal Gerrit van der Wal: “Hiermee was een grote slag gewonnen voor de patiënt. Omdat de ziekenhuizen binnen een of twee dagen hun zaken alsnog op orde hadden, vond de SAZ de ontstane onrust onnodig. De inspectie is het hier fundamenteel mee oneens. Wij vinden het nog altijd onbegrijpelijk en zorgwekkend dat alle 11 ziekenhuizen pas onder dreiging van reputatieschade alsnog binnen 48 uur in staat bleken om aan alle eisen te voldoen. Terwijl ze dat de drie maanden ervoor niet was gelukt. ‘Niet kunnen’ leek opeens al die tijd ‘niet willen’. Het verwijt dat wij de ziekenhuizen ‘onnodige reputatieschade’ zouden hebben bezorgd is onterecht. Mocht er al sprake zijn van reputatieschade, dan hebben de ziekenhuizen dit zelf veroorzaakt door dit onvoldoende prioriteit te geven.”