Indienen tuchtklachten door inspectie kan beter!

0
607

Op verzoek van de Inspectie voor de Gezondheidszorg heeft VU medisch centrum (EMGO+) onderzocht hoe de inspectie omgaat met de bevoegdheid om tegen een beroepsbeoefenaar een klacht bij het tuchtcollege in te dienen. Uit dit onderzoek blijkt dat het tuchtrecht effectief is en in bepaalde gevallen een meerwaarde heeft ten opzichte van andere instrumenten. Verbeteringen in het gebruik van dit instrument zijn echter mogelijk. Zo zijn de criteria voor het indienen van tuchtzaken nog onvoldoende uitgewerkt en passen de inspecteurs de bevoegdheid om de klachten in te dienen niet altijd uniform toe. Om de meerwaarde van het tuchtrecht goed te benutten, dient de inspectie dit instrument meer prioriteit te geven. Het onderzoek naar deze tuchtklachten is uitgevoerd door o.a. dr. Erik Hout en prof. Johan Legemaate.

Op grond van de Wet op de Beroepen in de Individuele Gezondheidszorg (Wet BIG) heeft de Inspectie voor de Gezondheidszorg de bevoegdheid om tegen een beroepsbeoefenaar een klacht bij het tuchtcollege in te dienen. In de periode 2002-2007 diende de Inspectie voor de Gezondheidszorg 117 tuchtklachten in tegen beroepsbeoefenaren in de gezondheidszorg. Gemiddeld is dit ongeveer 20 tuchtklachten per jaar, maar in de periode 2002-2007 varieerde dit aantal sterk van jaar tot jaar (40 in 2004, 3 in 2006). Deze variatie is moeilijk uit te leggen, roept vragen op in de sfeer van de rechtsgelijkheid en kan het vertrouwen in het inspectiebeleid aantasten.

Uniformiteit onvoldoende
Het is belangrijk dat de inspectie, als toezichthoudende instantie, duidelijke (interne) beleidsregels voor zijn taken en instrumenten heeft. En dat deze beleidsregels binnen de organisatie bekend zijn en eenduidig worden toegepast. Op dat punt is, volgens de onderzoekers, nog winst te behalen. Dit geldt voor de helderheid en consistentie van de in acht te nemen beleidsregels. Maar het gaat ook om de kennis onder de inspectiemedewerkers en de uniformiteit waarmee de bevoegdheid om tuchtklachten in te dienen wordt toegepast.

Verbeteringen mogelijk
Voor de inspectie is het indienen van een tuchtklacht een belangrijk middel om slechte zorg aan te pakken. Het onderzoek levert duidelijke aanwijzingen op dat door de inspectie ingediende tuchtklachten effectief zijn. Zo worden bijvoorbeeld deze klachten van de inspectie veel vaker gegrond verklaard dan tuchtklachten van burgers. Maar verbeteringen van het inspectiebeleid zijn mogelijk. Bijvoorbeeld over de inhoud en de kenbaarheid van het interne beleid van de inspectie. En ook bij de toepassing van de bevoegdheid om een tuchtklacht in te dienen. De effectiviteit van het indienen van tuchtklachten door de inspectie kan daardoor verder toenemen.

Uit het onderzoek komen 29 aanbevelingen. De belangrijkste zijn:
• Het is van belang dat de inspectie een schriftelijk beleid opstelt en publiceert over de overwegingen voor het indienen van een tuchtzaak.
• Het beleid van de inspectie dient er voor te zorgen dat het aantal tuchtklachten per jaar minder fluctueert. Het verdient aanbeveling niet te veel af te wijken van het langjarig gemiddelde van 20 klachten.
• Bij de besluitvorming over het indienen van een tuchtklacht moeten inhoudelijke criteria (zoals de ernst van het feit, de kans op herhaling in de toekomst, recidive aan de kant van de hulpverlener en het ontbreken van een duidelijke norm) centraal staan. Overwegingen als capaciteit, tijdsinzet en de te verwachten beslissing van het tuchtcollege mogen niet de doorslag geven.