In ochtendspits 2,4 miljoen mensen achter het stuur

0
721

Op een gemiddelde werkdag in 2011 telde de ochtendspits 2,4 miljoen auto’s. In de avondspits zijn het er zelfs bijna 2,8 miljoen.

Traffic jam excercise

In het midden van het land wordt het vaakst gebruik gemaakt van het openbaar vervoer tijdens de ochtendspits.

Avondspits drukker dan ochtendspits
In 2011 zaten in de ochtendspits gemiddeld 2,4 miljoen mensen achter het stuur. De avondspits is iets drukker met gemiddeld bijna 2,8 miljoen automobilisten. Behalve werkenden zijn er dan ook andere groepen, zoals gepensioneerden, op pad. Carpoolen komt in de ochtendspits weinig voor, meestal zijn kinderen dan de passagiers in de auto.

OV-reizigers vertrekken vroeger
Mensen die met het openbaar vervoer reizen, vertrekken vroeger dan reizigers met de auto. In de trein of bus, metro of tram is het daardoor tussen 7 en 8 uur in de ochtend het drukst, terwijl op de weg de piek rond 8 uur ’s morgens ligt. Dit hangt samen met de reisduur: autobestuurders zijn in de ochtend- en avondspits gemiddeld nog geen half uur onderweg. Met het openbaar vervoer duurt de reis gemiddeld bijna een uur.

Limburger reist in spits het meest met de auto
In Noord- en Zuid-Holland, Utrecht en Flevoland wordt in de ochtend relatief het vaakst gekozen voor het openbaar vervoer. Hier kiest één op de tien reizigers in de ochtendspits voor deze vervoerwijze, tegen één op de twintig in de overige provincies. In Limburg is de auto het meeste gebruikte vervoermiddel in de ochtend- en avondspits, ruim 40 procent. In absolute zin zijn de meeste auto’s op de weg in de ochtend- en avondspits in Zuid-Holland, gevolgd door Noord-Brabant, Noord-Holland en Gelderland.

Gepensioneerde autorijder reist vaak buiten spits
Ruim vier op de vijf automobilisten in de ochtend- en avondspits behoren tot de werkenden. De gepensioneerde autobestuurder omzeilt veelal de spits: ruim zes op de tien van hun autoritten maken zij overdag buiten de spits. Voor een reis ’s avonds en in de nacht nemen scholieren en studenten vergeleken met andere groepen het vaakst de auto.

Auteurs: Marjolein Korvorst en Ilona Bouhuijs