Hulp voor zwerfjongeren verbeteren

Staatssecretaris Veldhuijzen van Zanten gaat met gemeenten aan de slag om de hulp voor zwerfjongeren te verbeteren. Onderzoek in opdracht van de staatssecretaris – op basis van een nieuwe eenduidige definitie – wijst uit dat jaarlijks bijna 8.000 jongeren voor kortere of langere tijd een zwervend bestaan leiden.

Complexe problemen
Veldhuijzen van Zanten ziet de complexe problemen die deze jongeren het hoofd moeten bieden als belangrijkste reden waarom het de afgelopen jaren nog onvoldoende is gelukt om hen duurzaam terug te brengen in de samenleving. Zwerfjongeren hebben met meerdere problemen tegelijkertijd te maken – bijvoorbeeld verslaving, schulden, psychische en sociale problemen – die elkaar kunnen versterken. Dat betekent dat eenvoudige pasklare oplossingen niet voorhanden zijn. Veldhuijzen van Zanten: “Wij moeten de mouwen opstropen en creatieve oplossingen bedenken, ook met deze jongeren zelf, zodat zij volop mee kunnen doen in de samenleving.”

Creatief
Gemeenten krijgen in de komende jaren meer zorgtaken. Zij worden verantwoordelijk voor alle jeugdzorg en de zogenaamde extramurale begeleiding uit de AWBZ. Met die nieuwe taken kunnen gemeenten ook de zorg en begeleiding van zwerfjongeren beter en meer op maat organiseren. Veldhuijzen van Zanten wacht echter niet af tot gemeenten deze nieuwe taken krijgen. Zij ziet nu ook mogelijkheden om zwerfjongeren beter te helpen.

Verantwoordelijkheid
De hulp aan zwerfjongeren is primair de verantwoordelijkheid van de 43 centrumgemeenten voor maatschappelijke opvang. Veldhuijzen van Zanten gaat individuele gemeenten ondersteunen met het creatief oplossen van knelpunten bij het helpen van zwerfjongeren. Zo worden gemeenten bijvoorbeeld gestimuleerd om de verschillende organisaties die bij zwerfjongeren betrokken zijn beter te laten samenwerken, zodat onder meer schuldhulpverlening, verslavingszorg, psychische zorg, opvang en begeleiding naar school, werk en woonruimte goed op elkaar worden afgestemd.

Tellen met nieuwe definitie
De afgelopen jaren heeft de Algemene Rekenkamer diverse malen onderzoek verricht naar het aantal zwerfjongeren. Daarbij werd steeds aangegeven dat er beperkingen waren aan de stevigheid van de cijfers door het ontbreken van een definitie. Om helderheid te krijgen, is een eenduidige definitie opgesteld van zwerfjongeren. Die luidt: “Zwerfjongeren zijn feitelijk of residentieel daklozen onder de 23 jaar met meervoudige problemen.” Op basis van deze definitie zijn op de peildatum van het onderzoek zo’n 3.600 zwerfjongeren geteld. Vertaald naar een heel jaar komt dat uit op bijna 8.000 zwerfjongeren.