Hoogste uitgaven voor TNF alfaremmers

0
655

TNF alfaremmers nemen de bovenste twee plaatsen in bij de geneesmiddelen met de hoogste uitgaven in 2010. De uitgaven aan deze twee middelen bedragen € 324 miljoen. Vanaf 2012 komen deze middelen ten laste van het ziekenhuisbudget.

Adalimumab en etanercept staan met een uitgaventotaal van respectievelijk € 176 miljoen en € 148 miljoen bovenaan de lijst van geneesmiddelen met de hoogste uitgaven(1) in 2010. Deze middelen horen tot de groep TNF alfaremmers die onder meer worden ingezet bij ernstige vormen van reuma. Met uitgavenstijgingen van € 28 miljoen en €18 miljoen euro zijn het tevens de geneesmiddelen met de hoogste uitgavenstijging in 2010. Beide middelen vinden hun weg naar de patiënt via zogenoemde unieke leveringen. Van adalimumab lopen nagenoeg alle verstrekkingen via één landelijke leverancier. Bij etanercept geldt dat voor het grootste deel van de verstrekkingen.

Subtop
De cholesterolverlager atorvastatine daalt ten opzichte van 2009 in de uitgaven top 10 van de tweede naar de derde plaats. De uitgaven aan dit middel namen met 8% af tot € 135 miljoen. De uitgavendaling is vooral het gevolg van prijsverlagingen die onder druk van de Wet geneesmiddelenprijzen (WGP) zijn afgedwongen. De dalende afzet van de atorvastatine tabletten met doseringen van 10 mg (–10%) en 20 mg (–7%) draagt ook bij aan de uitgavendaling. De afzet van de 40 mg tabletten bleef nagenoeg gelijk. Recent (PW 18/19, 2011) maakte de SFK melding van een reeds jaren bestaande licht opwaartse trend in de uitgaven van de luchtweggeneesmiddelen. In de top 10 van geneesmiddelen met de hoogste uitgaven in 2010 bezetten middelen uit deze groep de plaatsen vier tot en met zes. Het zijn achtereenvolgens Seretide (combinaties van salmeterol met fluticason), Spiriva (tiotropium) en Symbicort (combinaties van formeterol met budesonide). Vooral de laatste twee middelen maakten met respectievelijk € 7,6 en € 7,2 miljoen grote uitgavenstijgingen door.

Pakjesprijs
In publicaties over geneesmiddeluitgaven gebruikt de SFK altijd de prijsinformatie uit de G–Standaard van Z–Index. Deze prijzen vormen echter niet meer altijd de basis voor de afrekening van de zorgverzekeraar met de apothekers. Zo gaat het IDEA contract, dat veel apotheken met Achmea/Agis hebben afgesloten, uit van een vaste pakjesprijs. Een fictief pakje bestaat daarbij uit een hoeveelheid geneesmiddelen die overeenkomt met 27 gestandaardiseerde dagdoseringen (DDD). Apothekers die zo’n contract hebben getekend, ontvangen voor een op de IDEA–lijst voorkomend geneesmiddel € 2,40 per pakje ongeacht het middel. Van de middelen uit de top 10 stonden alleen metropolol en omeprazol, die de achtste respectievelijk negende positie innemen, in 2010 op de pakjesprijslijst. Esomeprazol (plaats 7) waarvan in november 2010 generieke varianten op de markt kwamen, staat sinds januari 2011 op deze lijst.

Overheveling TNF alfaremmers
Per 1 januari 2012 zullen de kosten van TNF alfaremmers niet langer tot die van de eerstelijns farmacie behoren, maar vallen ze onder het ziekenhuisbudget. Behalve voor de TNF alfaremmers geldt dit ook voor geneesmiddelen met verwante indicaties, zoals abatacept, anakinra en ustekinumab. De minister verwacht dat ziekenhuizen voor de dure geneesmiddelen lagere prijzen kunnen bedingen. Om die reden brengt ze à priori € 50 miljoen in mindering op de budgetcompensatie die de ziekenhuizen voor deze overheveling ontvangen. De minister heeft aangekondigd in 2013 de overheveling voort te zetten voor meer groepen dure geneesmiddelen. De vraag dient zich aan of dit voornemen niet haaks staat op het regeerakkoord, waarin het kabinet vol inzet op betere zorg dichter bij huis.

(1) Tot de uitgaven behoren de geneesmiddelenkosten (AIP na aftrek van de clawback) en de vergoeding voor dienstverlening door de apotheek.