De luchtvochtigheid bepaalt voor een belangrijk deel hoe warm of koud wij het hebben. En dus hoe fijn we ons voelen, en hoe productief we zijn. Hoe reageert ons lichaam op (te) vochtige of koude lucht?

Een hoge luchtvochtigheid verhoogt de gevoelstemperatuur

Vochtige lucht bevat veel meer waterdamp dan koude lucht – en water is een uitstekende overbrenger van hitte. Bij een hogere luchtvochtigheid heb je het dus veel sneller heet. Dat geldt in ons eigen waterlandje in de zomer – en bij jou binnen, als het warm en vochtig in je huis is. Geen wonder dat je huisgenoten of collega’s zullen vragen of er een raampje open mag – het vocht in de lucht verdwijnt dan naar buiten, en de gevoelstemperatuur daalt.

Misschien heb je het effect van luchtvochtigheid op de gevoelstemperatuur zelf wel eens gemerkt toen je naar een warm land op vakantie was. In droge landen kan de temperatuur oplopen tot boven de 40 graden, zonder dat je daar echt last van hebt. In natte landen, bijvoorbeeld in de tropen, kan een temperatuur van 25 graden al drukkend aanvoelen.

luchtvochtigheid-vakantie

Wat gebeurt er als je het heet krijgt?

Mensen zijn warmbloedig. Dat betekent dat wij zelf onze lichaamstemperatuur kunnen regelen. Een hagedis kan dat bijvoorbeeld niet – die moet in en uit de zon kruipen om zijn lichaam op een goede temperatuur te houden. Mensen hebben een constante lichaamstemperatuur. Als het warm is, gaan wij zweten en verwijden de bloedvaten naar onze huid zich. Zo wordt de hitte wordt afgegeven aan de lucht, en krijgen we het weer koeler.

Wij kunnen onze lichaamstemperatuur dus op hetzelfde niveau houden – maar dat kan maar tot een bepaald punt. Daarna droog je uit, je voelt je suf en flauw, en je wordt steeds oncomfortabeler. Op den duur kan je zelfs flauwvallen door oververhitting, omdat je lichaam de overtollige hitte niet meer kan kwijtraken. Zou je temperatuur nog verder oplopen, dan kan je in coma raken en sterven.

thermometer

Vochtige lucht kan micro-organismen bevatten

Leven heeft water nodig. Dat geldt ook voor de kleine wezens die we liever niet in ons huis hebben: de microscopische schimmels en bacteriën die er door de lucht zweven. Al deze wezens voelen zich goed in vochtige lucht en kunnen je besmetten met ziektes. In een vochtig huis kunnen schimmels groeien, en de zwevende sporen daarvan kunnen je irritaties, luchtwegproblemen en zelfs een schimmelinfectie bezorgen. Ook groter ongedierte, zoals huisstofmijt, kakkerlakken en zelfs muizen voelen zich thuis in een vochtig huis. Zij zijn soms verantwoordelijk voor het ontstaan van allergieën.

Te droge lucht is óók weer niet goed

Er is een optimaal gehalte voor het vocht in de lucht van een binnenvertrek – tussen de 40 en 60 procent is ideaal. Als de vochtigheid veel lager dan dat wordt, dan kan je last krijgen van de droge lucht. Dat gebeurt bijvoorbeeld in de winter, omdat koude lucht minder vocht kan bevatten.

Je slijmvliezen (ogen, neus en mond) drogen uit en gaan geïrriteerd aanvoelen. Ook kan je een hoestje krijgen of een geprikkelde keel oplopen. Ook is bewezen dat veel virussen zich beter handhaven in droge lucht – één van de redenen dat mensen in de winter sneller ziek worden. Het kan dan helpen om water te verdampen, om de lucht in de ruimte weer wat vochtiger te maken.

Wil je graag meer weten over de luchtvochtigheid in jouw woon- of werkomgeving. Dan kun je ook een luchtvochtigheid meting laten doen. Zo krijg je duidelijkheid en meer inzicht in een gezonde woon- en werkplek.