Het sociale leven van baby’s

0
729

In het eerste levensjaar ontwikkelt een mens zich in een tempo dat later in zijn leven niet meer zal voorkomen. Een baby ontwikkelt in die periode een scala aan mogelijkheden om contact met anderen te krijgen: de baby gaat lachen, probeert te praten, maakt oogcontact en raakt gehecht aan de ouders. In diezelfde periode groeien de hersenen spectaculair: ze worden drie keer zo groot. Over de sociale ontwikkeling van baby’s schreef prof. dr. Chantal Kemner van het UMC Utrecht een boek: ‘Het sociale leven van baby’s’.

Prof. dr. Chantal Kemner, hoogleraar biologische ontwikkelingspsychologie aan het UMC Utrecht, laat in het boek zien hoe een baby zich ontwikkelt tot een sociaal mens. Hoe verloopt de ontwikkeling van het babybrein? Waarom is het zo belangrijk dat bepaalde verbindingen ontstaan? Welke hersengebieden maken een baby sociaal? Niet iedereen ontwikkelt zich gelijk: wat maakt de ene baby gemakkelijker of moeilijker in de omgang dan de andere? Maakt het nog uit welke genen een baby heeft? En wat gebeurt er als de normale ontwikkeling wordt verstoord?

Netwerken
De basis voor de hersenontwikkeling ligt in de genen die de baby van de ouders meekrijgt. Daarnaast is het van belang wat de moeder doet en laat tijdens de zwangerschap, wat de baby meemaakt en hoe de ouders op de baby reageren. Deze factoren bepalen samen met de genen de ontwikkeling van het sociale leven van een baby. Uit onderzoek blijkt ook dat de genen van de baby en de mensen in zijn omgeving samen ervoor zorgen dat er zich gespecialiseerde netwerken vormen in het babybrein. Deze netwerken zijn ieder toegesneden op het verwerken van bepaalde informatie, en samen zorgen ze ervoor dat het sociale leven van de baby zich kan ontvouwen. Het waarnemingsnetwerk en het sociaal-signaalnetwerk zorgen ervoor dat de baby de mensen om zich heen kan waarnemen, hun gezichtsuitdrukkingen en lichaamstaal kan begrijpen en taal kan gaan gebruiken. Het beloningsnetwerk zorgt ervoor dat de baby en zijn ouders elkaar leuk vinden en zich aan elkaar hechten. Als laatste is het stressnetwerk van groot belang, omdat het regelt dat de baby de rust heeft voor sociaal contact, maar ook omdat het in het algemeen een groot effect heeft op de hersenontwikkeling.

Eerste jaar
Kemner legt in het boek uit hoe het ontstaan van sociaal gedrag in de babytijd samenhangt met de ontwikkeling van deze speciale netwerken in de babyhersenen, hoe het komt dat baby’s hierin verschillen en hoe ouders invloed kunnen hebben op de ontplooiing ervan. Het boek gaat vooral over het eerste levensjaar. Allereerst omdat vanwege de enorme snelheid van de sociale hersenontwikkeling in die periode. Daarnaast zijn er aanwijzingen dat voor veel aspecten van sociale hersenontwikkeling het eerste levensjaar cruciaal is. Ook is er een praktische reden: veel onderzoek stopt na deze periode omdat hersenonderzoek bij dreumesen en peuters erg lastig is: ze liggen niet stil en letten niet goed op.

Prof. dr. René Kahn, zelf auteur van diverse boeken over hersenen: “De razendsnelle ontwikkeling in het eerste levensjaar is het gevolg van een complexe samenhang tussen de invloed van de omgeving – meestal de ouders – en het brein. Als iemand kan uitleggen hoe dat werkt is het Chantal Kemner wel, die tot de meest inventieve onderzoekers op dit gebied behoort.”

Vorig artikelStijf van de stress
Volgend artikelMilieudefensie: zet schaliegas in de ijskast
Het Universitair Medisch Centrum Utrecht is één van de grootste publieke zorginstellingen van Nederland. Met bijna 10.000 mensen wordt voortdurend gebouwd aan goede zorg met als bouwstenen kennis en mensen. Het UMC Utrecht wil een internationaal toonaangevend universitair medisch centrum zijn waarin kennis over gezondheid, ziekte en zorg wordt gemaakt, getoetst, gedeeld en toegepast. UMC Utrecht maakt deel uit van de Nederlandse Federatie van Universitair Medische Centra (NFU). De NFU is een samenwerkingsverband van de acht universitair medische centra (UMC’s) in Nederland.