Ecologen van de Rijksuniversiteit Groningen doen al heel lang onderzoek naar trekvogels zoals de grutto, waarbij ze gestandaardiseerde informatie gebruiken over hun voortplanting, zoals wanneer eieren worden gelegd of uitkomen, en hoeveel kuikens overleven. Maar nieuw onderzoek in Nederland met behulp van geolocators, laat zien dat traditionele methoden die zijn gebaseerd op observaties onjuiste gegevens kunnen opleveren. Het onderzoek is gepubliceerd in het aprilnummer van het wetenschappelijk tijdschrift Journal of Avian Biology.

Geolocators

RUG-promovendus Mo Verhoeven, lid van het onderzoeksteam van prof. dr. Theunis Piersma, gebruikte geolocators die aan de poten van grutto’s zijn bevestigd om zo hun migratie te kunnen volgen. “Het zijn kleine chips die iedere vijf minuten de lichtintensiteit vastleggen, samen met de datum en exacte tijd”, legt Verhoeven uit. Uit die combinatie kan hij de lengte en breedte berekenen uit de tijd voor zonsopkomst en -ondergang. Geolocators blijven tot wel 26 maanden werken, en na verwijdering zijn alle metingen uit te lezen.

Doel van de geolocators is om te achterhalen hoe en wanneer de vogels trekken. Maar in dit onderzoek heeft Verhoeven ze op een andere manier gebruikt. “Tijdens het broedseizoen laten ze donkere perioden zien tijdens de dag”, vertelt hij. Dat gebeurt wanneer een vogel op het nest zit, met de poten onder het lichaam. “We kunnen daarom bepalen wanneer onze vogels broeden.” Dat is een interessant gegeven: nauwkeurige informatie over het broedgedrag is lastig te krijgen, aangezien het observeren van nestelende vogels ze ook verstoort.

Tweede nest

De belangrijkste ontdekking die Verhoeven deed uit zijn analyse van geolocator-data, is dat alle grutto’s met een tweede nest begonnen als het eerste was mislukt. “Tot nu toe waren de schattingen dat dit in 20 tot 45 procent van de gevallen gebeurde”, zegt Verhoeven. In gewone studies waarbij nesten werden geobserveerd zijn blijkbaar veel tweede nesten aangezien voor eerste pogingen, of ze zijn helemaal niet gezien. “Tijdens het broedseizoen verschuift onze aandacht doorgaans van het vinden van nesten naar het volgen van de ontwikkeling van de kuikens”, legt Verhoeven uit. Zijn gegevens laten ook zien dat het schatten van het aantal broedvogels op basis van de getelde nesten niet erg nauwkeurig is, aangezien veel vogels een tweede nest maken. 

Het onderzoek leverde een harde einddatum op voor broedpogingen: na 18 mei bouwde geen enkele grutto meer een nest om een verloren broedsel te vervangen. “En dat is ontzettend cool”, zegt Verhoeven enthousiast. “Al in 1954 heeft een bioloog experimenten gedaan waarbij hij nesten van grutto’s verstoorde. En daarbij zag hij dat er na 20 mei geen vervangend nest werd gebouwd, dat is bijna exact dezelfde datum! Het is intrigerend dat er zo’n strikt einde is aan het broedseizoen. Waardoor komt dat? Dat zou ik graag willen ontdekken.”

Langer broedseizoen

Dat de vogels een tweede broedpoging doen als de eerste is mislukt betekent dat het broedseizoen voor grutto’s langer is dan werd aangenomen. Dit heeft gevolgen voor de bescherming van de weidevogel. “De tweede pogingen hebben gemiddeld minder succes dan de eerste, maar ze zijn niet onbelangrijk”, zegt Verhoeven. In beschermde gebieden stellen boeren het maaien van de weilanden uit tot ergens in juni. “De jongen van een tweede broedpoging kunnen begin juli nog steeds bij hun ouders rondlopen.’

Magie

Door de geolocators op een andere manier te gebruiken, hebben Verhoeven en zijn collega’s een nog onbekend aspect van het leven van de grutto ontdekt. “Dat laat zien hoe beperkt ons begrip van de ecologie van deze vogels is, en hoezeer onze waarnemingen gevormd worden door onze aannames”, zegt hij. Dit gevoel wordt kernachtig beschreven aan het einde van het artikel in het Journal of Avian Biology: “Uiteindelijk is de complexiteit en ons voortdurend onvermogen om die te begrijpen onderdeel van de magie van de ecologie.” 

Meer informatie

Afbeelding

Grutto met kleurringen en geolocator | Mo Verhoeven