‘Handen af van GGZ-verpleegkundigen’

1
879

Eisen, dwingen, beschuldigen, provoceren, (doods)bedreigingen, schelden, spugen, duwen, krabben, stompen, schoppen, voorwerpen gooien, seksuele intimidatie, aanranding, stalking. Het komt zo vaak voor dat GGZ-verpleegkundigen zijn gaan denken dat het niet anders kan.

7 Op 10 GGZ-verpleegkundigen heeft het afgelopen jaar te maken gehad met verbale agressie; 4 op 10 met fysieke agressie. Een groot aantal verpleegkundigen kampen door de agressie met symptomen van PTSS of hebben burn-out verschijnselen. De Arbo-wet stelt dat iedereen recht heeft op een veilige werkplek maar de Arbeidsinspectie houdt zich op de achtergrond en werkgevers geven de aanpak van het geweld geen prioriteit.

GGZ-verpleegkundigen accepteren dit niet meer en zijn een petitie gestart om overheid, werkgevers en werknemers te bewegen tot effectief beleid. In navolging van hun collega’s op de ambulance en bij politie en brandweer eisen ze dat de agressie tegen hen stopt. De functie van de GGZ-verpleegkundigen is een combinatie van politieagent, brandweerman en ambulancebroeder. Het is dan ook niet verwonderlijk dat deze verpleegkundigen onevenredig veel te maken hebben met geweld. Compassie met de patiënt en het besloten karakter van de instelling maken het echter lastig om een vuist te maken tegen het geweld.

Actieplan ‘Veilig werken in de zorg’ is te vrijblijvend
Begin 2012 hebben drie ministeries (VWS, BZK en V&J) en de sociale partners in de zorg het Actieplan ‘Veilig werken in de zorg’ gelanceerd. Op zich is dit een uitstekend actieplan. Het is echter veel te vrijblijvend. De dialoog is het belangrijkste instrument. Praten doen we echter al zolang en heeft niet tot merkbare resultaten geleid. Voor daadwerkelijk succes is meer nodig.

Na uitgebreid overleg met NU’91 hebben de initiatiefnemers van ‘Handen af van de GGZ-verpleegkundigen’ aanvullingen geformuleerd. Het Actieplan ‘Veilig werken in de zorg’ moet worden aangevuld met de volgende punten:

1) 50% Minder agressie-incidenten naar GGZ-verpleegkundigen in 5 jaar.
Zonder het noemen van streefcijfers is er geen basis om beleid te maken en de resultaten op af te rekenen.

2) Openbaarmaking van de agressiecijfers binnen alle GGZ-instellingen.
Het aantal agressiemeldingen binnen elke instelling is bekend maar wordt onder de pet gehouden. Zolang dit niet verandert worden instellingen niet afgerekend op hun anti-agressiebeleid en wordt er geen vaart achter gezet.

3) Verpleegkundigen moeten kunnen beslissen over (over)plaatsing van een patiënt wanneer de veiligheid in het geding is.
Verpleegkundigen zijn verantwoordelijk voor de veiligheid op de afdeling maar hebben niet de bevoegdheden die nodig zijn om deze veiligheid te waarborgen. Een klein aantal patiënten veroorzaakt het gros van de incidenten. Wanneer de veiligheid in het geding is moet de verpleegkundige kunnen beslissen over (over)plaatsing van deze patiënten naar een veiliger setting.

4) Verplichting tot deelname aan genoemd Actieplan.
Het niet behalen van de streefcijfers heeft consequenties, in het uiterste geval zal een afdeling gesloten worden.

Beter voor GGZ-verpleegkundigen en GGZ-patiënten
De initiatiefnemers zijn er van overtuigd dat meer veiligheid voor GGZ-verpleegkundigen ook de veiligheid en het welbevinden van (mede)patiënten bevordert. Beide partijen zullen er beter van worden.

GGZ-verpleegkundigen dringen er middels een petitie bij de betrokken ministeries en GGZ-Nederland (werkgevers) op aan het Actieplan ‘Veilig werken in de zorg’ voor de GGZ met de genoemde 4 punten aan te vullen zodat het agressieprobleem effectief wordt aangepakt. Dit opdat het doel ‘Handen af van de GGZ-verpleegkundigen’ daadwerkelijk wordt bereikt.

Zie www.handenafvanggzverpleegkundigen.nl en teken de petitie!

1 REACTIE