Groei en lichaamsbouw tweelingfamilies onderzocht

0
674

De variatie in groei en lichaamsbouw tussen mensen is groot, zowel bij kinderen als bij volwassenen. Met gegevens van tweelingen en andere gezinsleden bestuderen onderzoekers in hoeverre ze deze variatie kunnen verklaren door genetische en niet-genetische (‘omgevings’) factoren. Kinderarts in opleiding Frederiek Estourgie-van Burk beschrijft in haar proefschrift de resultaten van haar onderzoek naar groei en lichaamsbouw bij Nederlandse tweelingen. Zij promoveert 25 mei 2011 aan de Faculteit der Psychologie en Pedagogiek van de VU.

Tweelingen worden in het algemeen na een kortere zwangerschapsduur en met een lager gewicht geboren dan eenlingen. Estourgie-van Burk deed haar onderzoek bij een- en twee-eiige tweelingen maar nodigde daarnaast ook nog hun andere broers en zussen uit om mogelijke verschillen tussen tweelingen en eenlingen te onderzoeken. Niet-meerling broers of zussen zijn het meest geschikt om de groei bij tweelingen mee te vergelijken, omdat zij in hetzelfde gezin opgroeien en dezelfde ouders hebben van wie ze hun genetisch materiaal erven.

Genetische factoren
Uit de resultaten van Estourgie-van Burk blijkt dat verschillen in lengte en gewicht op de kinderleeftijd met name bepaald worden door genetische factoren. Verder toonde zij aan dat tweelingen bij de geboorte een groeiachterstand hebben die ze op de leeftijd van 4 jaar bijna volledig hebben ingehaald. Op 18-jarige leeftijd zijn tweelingen net zo lang als hun broers/zussen en leeftijdsgenoten. Gedurende een bepaalde periode in hun leven moeten tweelingen dus harder “werken aan” groei dan eenling kinderen.

Estourgie-van Burk: “Opvallend is wel dat tweelingen, hoewel even lang, wat dunner zijn dan hun niet-meerling broers/zussen. Dit is een interessant gegeven, omdat tweelingen en hun broers/zussen gemiddeld de helft van hun erfelijk materiaal delen en in dezelfde omgeving opgroeien en je dus zou verwachten dat ze hetzelfde gewicht bereiken. We denken dat verder onderzoek hiernaar heel belangrijk is omdat het meer inzicht geeft in het reguleren van gewicht, wat van belang kan zijn voor het grote maatschappelijke probleem van overgewicht”.