Griep volgt de vorst

0
621

De griep is laat deze winter. Begin februari 2012 leken meer mensen griepachtige klachten te krijgen, maar in de kweken bleek dit vooral om RS-virus te gaan. In de omringende landen rukt de griep wel op en in Nederland is het virus de afgelopen week wat vaker gespot in het laboratorium.

De griep schurkt zich half februari heel voorzichtig aan tegen de ondergrens van een epidemie – 51 mensen met griepachtige klachten op de 100.000 inwoners – maar van een epidemie is nog geen sprake. De afgelopen weken was in steeds meer landen om ons heen de griep al actief. In Zuid- en Zuidoost-Europa en in Noorwegen. En inmiddels heeft de griep ook België bereikt, maar Duitsland, Engeland en Denemarken nog niet.

Virus in kweken
In de afgelopen week rapporteerden de huisartsen van Continue Morbiditeitsregistratie Peilstations (CMR) van het NIVEL 47 mensen met griepachtige klachten. In 17% van de afgenomen neus- en keelmonsters werd griepvirus gevonden. In de 18 weken daarvoor werd er in 200 monsters van patiënten met griepachtige klachten nog nauwelijks griepvirus gevonden. Wel werd toen in 5% van de monsters respiratoir syncytieel virus (RSV) gevonden, een virus dat gelijksoortige klachten geeft als griep. NIVEL-projectleider, epidemioloog en huisarts Gé Donker: “Waarschijnlijk werden de meeste griepachtige klachten toen veroorzaakt door RS-virus.”

Kou
Het griepvirus verspreidt zich in Nederland meestal in de koudste periodes. De afgelopen winter kwam de vorst laat en de griepgolf bleef ook langer uit dan in voorgaande jaren. Donker: “Duidelijk lijkt in ieder geval wel dat dit seizoen het griepvirus influenza AH1N1, dat in 2009 de pandemie van de ‘Mexicaanse griep’ veroorzaakte en ook grotendeels de griepgolf in januari en februari 2011, geen rol van betekenis speelt. Het zou goed kunnen dat een epidemie met influenza B of influenza AH3N2 nog op komst is.”

CMR
De Continue Morbiditeits Registratie (CMR) Peilstations van het NIVEL vormen een representatieve groep van 59 Nederlandse huisartsen in 42 praktijken. Hun patiëntenpopulatie bestrijkt ongeveer 0,8% van de Nederlandse bevolking en is representatief naar regio en naar verdeling over stad en platteland. De peilstation-huisartsen rapporteren wekelijks (waardoor trends zeer snel zichtbaar worden) of op jaarbasis over het vóórkomen van een aantal ziekten, gebeurtenissen en verrichtingen die in routine-registraties ontbreken en daarin niet gemakkelijk zijn op te nemen. De CMR-peilstations bestaan sinds 1970. De meeste registraties lopen over meerdere jaren.