Goede vakmensen in buitenland vaak hoger aanzien

0
709

Creatief vakmanschap speelt een belangrijke rol in de creatieve economie en is een belangrijke factor in de kwaliteit van een samenleving. Als Nederland haar cultuur op het gebied van creatief vakmanschap wil verbeteren, en dat is hard nodig, kan zij veel leren van landen als Japan, Italië en China.

Dit concludeert een onderzoeksteam van prof.dr. Arjo Klamer van de Erasmus Universiteit Rotterdam in het onderzoek ‘Creatief vakmanschap in internationaal perspectief’.

Vakscholen in ere hersteldHet team van Klamer onderzocht creatief vakmanschap in Japan, China, India, Italië, Duitsland en het Verenigd Koninkrijk. “Nederland heeft een sterke traditie in creatief vakmanschap en sterke opleidingen,” merkt Klamer op. “Toch schiet de cultuur rond het creatieve vakmanschap ernstig tekort, zeker in vergelijking met Japan en Italië. Daar genieten de goede vakmensen hoog aanzien en bestaat grote belangstelling voor hun werk.”

De onderzoekers verwachten door een verandering in smaak en voorkeuren ook in Nederland meer aandacht voor kwaliteit van producten en werk. Het creatief vakmanschap zal daar van profiteren. Maar de landen waar onderzoek is gedaan, laten zien dat in Nederland veel zal moeten veranderen. Een zogenaamde ambachtscultuur is nog verre van optimaal. Dat zal moeten veranderen. Branche-organisaties, scholen en de vakmensen kunnen zelf meer samenwerken om het creatief vakmanschap beter over het voetlicht te krijgen. De titel van ‘meester’ voor excellerende vaklieden is ook een geëigend middel.

De cultuurverandering rond het creatief vakmanschap is van groot belang, stelt Kramer. Het wordt tijd dat in het onderwijs het kunnen en willen werken met de handen weer serieus gewaardeerd wordt. Ook moet de vakscholen in ere worden hersteld. Maar het gaat volgens de Rotterdamse hoogleraar uiteindelijk om het vermogen van Nederlanders om de unieke producten van creatieve vakmensen op waarde te schatten.

Het kenniscentrum Specialistisch Vakmanschap (SVGB) was opdrachtgever, het Hoofdbedrijfsschap Ambachten maakte het onderzoek mede mogelijk.