Goede feedback leraren werkt

1
1128

Feedback in het onderwijs wordt al heel lang onderzocht, maar naar schatting 95% van die onderzoeken gaat over feedback van leraren aan leerlingen. Feedback van leraren aan elkaar, dat was een onontgonnen gebied. Marieke Thurlings van LOOK, Wetenschappelijk Centrum Leraren Onderzoek, onderzocht het en promoveert op 15 juni 2012 aan de Open Universiteit. Een van haar conclusies is dat onderlinge feedback leraren helpt in hun professionele ontwikkeling en dat die leraren dat ook zo ervaren. Mits het goed wordt uitgevoerd en mits scholen daar tijd en ruimte voor geven.

Doorgaand en complex proces
Wat is feedback? “Feedback is eigenlijk de hele dialoog tussen iemand die een probleem aandraagt en anderen die daar iets over zeggen, met het doel de situatie te verbeteren. Het is niet: ‘ik geef jou feedback en dat is het dan’. Het is een doorgaand en complex proces, waarbij allerlei aspecten een rol spelen.” Liefst onder leiding van een procesbegeleider die ingrijpt of aanmoedigt als dat nodig is. Die procesbegeleider heeft een grote invloed, zo blijkt uit het onderzoek. Thurlings heeft het feedbackproces onderzocht aan de hand van het Video Intervisie Peer coaching-model (VIP) dat door het Ruud de Moor Centrum, de voorganger van LOOK, is toegepast op scholen. In dat model vormen videobeelden van lerarengedrag de basis voor onderlinge (peer) coaching.

Goede feedback: doelgericht, specifiek en neutraal
Thurlings ontwikkelde een observatie-instrument om te onderzoeken wat feedback effectief maakt en welke dimensies daarbij een rol spelen. Ook wilde ze weten of de geobserveerde effectieve feedback ook zo ervaren wordt door degenen die de feedback gekregen hebben. Dat laatste blijkt meestal het geval te zijn. “Als iemand objectief gezien goede feedback heeft gekregen, wordt dat door de ervaringen van die persoon bevestigd. En andersom. De theorie wordt hier door de praktijk ondersteund.”

Wanneer is feedback dan effectief? Als die doelgericht, specifiek en neutraal is. Ofwel: niet afdwalen van het onderwerp, concreet blijven en waardeoordelen vermijden. Het werkt beter als de feedbackgever open vragen stelt, oplossingsgericht is, luistert, samenvat en doorvraagt en de feedbackvrager in zijn waarde laat. Valkuilen zijn: de ander niet laten uitpraten, negatieve oordelen uitspreken en voorbeelden uit eigen ervaring aanhalen.

Verdere conclusies
Thurlings concludeert dat gelijktijdige aanwezigheid (ook online) van deelnemers een positieve invloed heeft op feedbackprocessen. Ook vermoedt ze dat mondelinge feedback beter werkt dan geschreven feedback. Dit moet overigens nog verder onderzocht worden. Goede feedback van leraren onderling verschilt niet veel van feedback van leraren aan leerlingen, al is de relatie tussen leraren meer gelijkwaardig. Tot slot concludeert ze dat de professionele ontwikkeling van leraren versterkt wordt als scholen het leraren systematisch mogelijk maken om elkaar feedback te geven. “Ga ermee aan de slag, leraren. En scholen: geef daar ruimte en tijd voor. Het vraagt wat investering maar levert wel veel op.”

1 REACTIE

  1. Bij de overheid en in het bedrijfsleven is intervisie redelijk ingeburgerd. Zelf begeleid ik een aantal intervisiegroepen en ik ben er erg enthousiast over. Collegiale feedback maakt professionals professioneler. Mooi dat dat nu ook uit wetenschappelijk onderzoek blijkt.